Van de nieuwe gemeenschap der Menschen

Titel
Van de nieuwe gemeenschap der Menschen

Jaar
1924

Overig
Een gedicht

Pagina's
85



Die bevrijd heeft zijne Energie

Niets nog weet gij, o mijn kleine mensch,

Kijker, die in de voorhoven woont,

Der inwendige oneindigheid,

Mijner nevelvlekken, lichteilanden, Wereldzeeën norsch op vlammende, Onbewusten, onontgonnenen,

Tuimelend onder polariteit Anderer werelden in tuimeling,

En ze sluitend tot geringden wal,

Kom, die gij het universum noemt; — Niets nog weet gij van het kokend licht Daar het door den Aether wordt gezeefd, Niets nog van de Zee, het schubbig dier, Dat de landen aanblaft en de ster, — Niets van de voortwentelende schijven, Die ik afzend uit mijn kokend lijf; —

Niets van het staalblauw gerande vocht, Klankspat mijner bevende Energie,

Die in alle de atomen leeft; '

Weten zult gij, wen gij hebt bevrijd, Eigen nevelvlekken, lichteilanden,

En de wereldzeeën vlammende Onbewusten, onontgonnenen Van uw donker arbeidslijf, o mensch; — Weten zult gij als de Energieën, Opgehoopt in d'onbewuste Werkers uwer maatschappij,

Zullen vrij gemaakt zijn en uitstralend; ^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.