Van de nieuwe gemeenschap der Menschen

Titel
Van de nieuwe gemeenschap der Menschen

Jaar
1924

Overig
Een gedicht

Pagina's
85



Gij voelt de aarzelingen in uw hand,

Gij moet den voet verzetten, en gij staat Gemetseld aan den grond van het verleden,

Gij moet u zelf verlaten, en gij toeft Verblijvende in stank van Eigenbaat,

Gij moet van Vrijheid spreken, en uw mond Zegt stamelend, den naam van uwen meester, Gij moet uw hart verheffen, en het ligt Loodzwaar en graag in oude dienstbaarheid,

Gij moest een woest gevaar zijn, en uw nek Maakt de gebogen lijn van den bedeelde,

Gij moest een Vuur zijn, en uw oog staat stil, En onderdanig in uw hoofd te branden,

Gij moest een stormwind zijn, gij zijt een zucht, Een straffe dreiging, en gij zijt een lach,

Een loopend gift, een vlam, een ijlend vuur,

En zijt de maker van wat wenschgeluidjes,

Een onderworpene, een iets, dat jankt Wanneer het honger heeft, maar knort voldaan Bijal iets uit de hand des meesters viel Bianen zijn pooten en zijn gragen muil ; —

Dit alles zijt gij, en nochtans zult gij Soldaten van het Communisme worden,

Want de Natuur, zij wijst u daartoe aan*

En de Natuur stond tot mij, en Zij sprak: Van mijn gistend lijf, de Energie,

Wacht, door hem te worden aangeraakt,

80

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.