Liederen der gemeenschap, Tweede deel der liederen

Titel
Liederen der gemeenschap, Tweede deel der liederen

Jaar
1918

Pagina's
91



Muziek, — het diepe zuchten van de lente,

Het open waaien van de berkenlanen,

Het stooten en aanvonkelen van lijnen,

Het morgenlicht dat valt als klank van glazen.

Muziek, — de rijpe weelde van den zomer,

De gouden bijen zoemen in de bosschen,

De roode dennen dragen paarse vlammen,

De ruimte hangt verzadigd van zonhette.

Muziek, — de droge klank der fijne takken, Wanneer de luchten stijgen, hooger, hooger, En al de sterrenbeelden afscheid nemen;

Te wachten ligt de bleek geworden wereld.

Muziek, muziek, alom het sprakelooze Wonder dat ontstijgt aan de verschijningen, Het al-omvattende, het grenzenlooze,

Het in elkander o ver gaan der dingen. —

87

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.