Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Wel nee. Jij ben mijn vrouw, mijn yrouw. Niet zo’n gezicht zetten. Vrolijk! Vrolijk! Zijn wij jónge mensen ? Wij lijken wel afgeleefde ouwetjes!’ ‘Wees jij dan ook wat vrolijk.’

‘Ben ik niet vrolijk? Wacht ik zal es even een hoogstand make. D’r is te weinig bloed in m’n hersens.’

‘Wat ben jij een gemene! Zo met je blote benen in de hoogte! Hahaha!’ ‘Je ziet dat ik hem nog doe! D’r zit nog fut in m’n spieren. Laat ze maar opkomen! ... Ik wil de kinderen strakjes hiér hébben, hoor je?’

‘De kindere ? Wat begin je nou ?’

‘Het kan me niet schelen. Ik heb Ka in geen tien dagen gezien. Ze moeten met ons koffiedrinken. Ik zou zo wel bij ze willen gaan! Wat spelen ze?’

cKeukentje...Maar Alf...hoe kom je daar nou op! Heeft niet de advocaat...’ ‘Laat mij maar gaan! Laat mij maar gaan! Als ik gekleed ben ga ik stilletjes weg en bel weer aan. Dan zeg jij an Perron dat er een heer blijft ontbijten en dan ga ik nd het ontbijt weg. Mag ik niet op klaarlichte dag een visite bij je make? O zo! O zo! Trala! Hoe is me uitvinding? Ben ik niet geboren om advocaat te worden ?’

‘Als je het maar weet.’

‘Ja ik wéét het, Mol, dikke Mol, vette Mol! Willen we es dansen ?’

‘God, wat ben jij in eens uitgelaten.’

Met z’n viertjes zaten we te ontbijten. Ka met haar kuitje op mijn knie. Veuve Perron, lief, beleefd, was al driemaal binnen geweest om me te zién. We hadden een feestmaal van worst, eieren en een blikje sardines, dat ik was wezen kopen. Leentje Plas kwam beneden met een bordje warme gebakken schelvis, goedhartig ndbabbelend, ruw-van-lach. De kinderen smulden, Ka had schelvis, sardientjes, worst en een gebakken ei op haar bordje. En als een heerlijke, schaterende zonneplassing doorbabbelden de kinderstemmetjes de kamer, druk, schelletjes, blij-dat-ze-zo-lekker-aten. ‘Ga u nou weer weg, ome ?’

‘Strakkies.’

‘Hou u dan niet meer van ons ?’

‘Ik hou zoveel van je als van taart, als van koek - als van bruidsuikers -als van chocola! - Nou ? Hou ik nou van je ? Maar hou jij van mij, Ka ?’ ‘Nou-nou,’ zei het volle mondje.

‘Hoeveel?’

‘Zoveel als van - als van - als van mamma.’

‘Maar hóü je veel van mamma ?’

‘Nou-ou!’


358

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.