Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



weet alles van mijn en me man en van jou en die wou ons met plezier heb-be. D’r kamer was juist de vorige week leeggekomme en de kindere kunnen slapen in een kamertje naast an. Een heerlijkéfrisse zitkamer. Tienduizend maal beter dan bij Doedelaar... Madr... O! dat vergat ik helemaal... wat zei de advocaat ?’

‘Dat zal ik je strakjes vertelle. Niet veel bijzonders. Laten we eerst wat gaan eten.’

We lfépen weer met de kinderen.

XXI DE KINDEREN. WIJ BELANDEN IN EEN RENDEZ-VOUS

Het werd een zonderling schuw leven die eerste week op de Ruysdael-kade. De ‘man’ wds in de stad, de-man-van-het-contract, de maatschappelijke man, de eigenaar. Georgine had hem op de tram zien staan. Ze was er zéker van. Als maar even gescheld werd, schoof zij geagiteerd naar de neerhangende, tule gordijnen, luisterde angstig aan de kamerdeur om het stemgeluid te herkennen. Het ‘huis’ was op haar hand. Wij hadden de voorkamer êênboog. De achterkamer, dito, werd door de ouwe vriendin van schoonmama, juffrouw Perron, bewoond. Op de gedrukte omslagen van een artiestenblaadje waarop zij geabonneerd was, stond Madame Veuve Perron. Zij verhuurde kamers aan ‘artiesten’, zag er uit als een net burgervrouwtje, klein, mager, zwart, met de levendigheid van een Française die veel van de wereld gezien heeft. Haar ene dochter Amélie, zwaar teringachtig, werd gemainteneerd door een tabaksmakelaar, de andere dochter Sophie was ‘op kamers gezet5 door een rijke assuradeur. Charles, de zoon, een bleke jongen van een jaar of twintig, reisde in toiletartikelen. Meest zat hij bij mama thuis, lui, geld-lenend van zijn zusters Amélie en Sophie. Madam Veuve Perron kreeg van de twee dochters samen vier gulden per week, waarmee ze haar huur kon betalen. Meer ‘deden’ de dochters er niet aan. Kwam Amélietje bij mama eten, wat ze meestal deed als de tabakshandelaar op reis was, dan droeg ze een kwartje bij voor het diner. ‘Ze stinke van gierigheid,’ zei Madame Veuve Perron in vertrouwelijke buien tot Georgine. ‘Je mot es bij ze thuis komme! Amélietje heeft me een ameublementje. Oe! Oe! Chic hoor! Tout ce qu’il y a de plus chic! En alles op hddr naam. Maar bij Sophie daar slaatje de pracht tegen! Die heeft een héél beneje-huis in het Sarphatipark. Dddr moet je een salonnetje zien! Jawel. Twee meiden, een keukenmeid en een kamermeid! Ik ben er es geweest toen d’r heer niet thuis was. Je begrijpt dat ik er niet


348

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.