Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



verliep - een affaire! Wat heeft ie te doen ? Anderhalve klant! Een affaire! Og, een affaire! Ik moet lachen als ik eran denk! - dat ie van z’n huis geen hoerekast maakte! Wat zeg je daarvan? Nou wat zeg je daarvan? Zo’n vuilik!... En zijn vrouw er ook bij en hém an het opwarremen. God, god wat een schandaal! - Toen begon die Stengevis mijn partij op te nemen - heb je ooit zo’n geschiedenis gehoord ? - en de mof uit te schelden dat ie er geen bliksem mee te maken had, dat het in alle geval mijn kamer was en dat als zij hem gehuurd had, zij wel zou weten wat ze zou doen, dat zal ik jou eens late zien, zei de mof en toen zond ie Frits om een agent. O Jezis, Alf! O God, Alf! Die kréngen. Om zo tegen me op te staan als jij er niet ben - om me zo de dampen an te doen. Ka en Tosie an het huilen toen de agent kwam. Toen zei de agent: wié is hier de baas. Dat ben ik, zei Doedelaar. Dat lieg ie zei Stengevis; het is de kamer van de juffrouw. Nou toen wer ik woedend. Was ik begonnen? Had ik de herrie uitgelokt? Had ik haar niet zesmaal verzocht om op te donderen. Nou toen zei ik -en daar heb ik nou nóg plezier van - in godsnaam, de kogel is door de kerk: <Agent, zet dat wijf van me kamer! > Toen vroeg die eerst nog an Doedelaar of het goed was en Doedelaar - die man was half-krankzinnig van drift-die schreeuwde: <D’raus! D’raus! D’r aus met de hele hoere-boel!> - Stengevis was zo wit als een lijk - als een lijk! - En weer an het schelden. Maar toen moest ze weg voor de agent en toen ik de deur op slot gesmeten!... O! O! wat ben ik een ongelukkige vrouw!... Alles komt op één dag!... Wat een ellende!’

Ka en Toos zaten stil in een hoekje, beduusd door het gesnik van Geor-gine. Ik bracht haar tot kalmte, klopte de barbier op.Wit van ingehouden angst-opwinding, met blauwige zenuwtrekken onder de ogen, kwam hij binnen. Volmaakt-rustig, uit de hoogte, met iets in mijn stem dat hem op een afstand scheen te houden, zei ik: ‘Meneer Doedelaar - mijn vrouw vertelt me dat er straks een kleine onaangenaamheid gebeurd is...’-‘Kleine onaangenaamheid,’ zei hij verrast... ‘kleine onaangenaamheid! Noem u dat...’ - ‘Pardon. Ik verzoek u mij te laten uitspreken... U is te veel man van de wereld om niet te weten hoe het hoort. Straks is er een kleine scène geweest...’ - ‘lek hab die partij van de joefrou auf genommen.’ - ‘Daar dank ik u wel zeer voor. Wil u er nota van nemen dat ik u de huur opzeg tegen eind van de volgende maand...’ - ‘Dadelijk, Alfred’ viel Georgine mij en de rede - ‘Stil... we zullen eind van deze maand vertrekken... dan kunt u twéé maanden ontvangen... Tot zolang zult u wel zo beleefd willen zijn de vormen tegenover mijn vrouw geheel in acht te nemen, nietwaar?’ - ‘Natuurlijk. Wel zeker. lek moet...’ - ‘Pardon. Ik verlang er niet over te redeneren. U heeft me góéd verstaan: volkomen de vormen in


328

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.