Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



acht te nemen, tegenover deze dame, anders zou ik verplicht zijn... Maar u is te veel man van de wereld om mij niet tout & fait te begrijpen...’ - ‘Alle respect voor ü mijnheer. Alle respect. Van u zal ik altijd met lof spreken, maar die joeffrou, die joeffrou...’ - ‘Permitteer me te zeggen, dat ik méts benieuwd ben naar uw opinie over mijn vrouw...’ - ‘Laat u mijn nou ook eens uitspreke, asjeblief mijnheer.’ - ‘Ik zeg u dat u aan het eind van de maand twee maanden huur betaald krijgt. Anders heb ik met ü niets te bepraten.’ - ‘Ja maar, jawel mijnheer... lek wou u toch ook eens zeggen...’-‘Mag ik u verzoeken ?’ - ‘Mijn goed! met die kale kakkie! Als iek mijn huur maar bekom!’

Bradend - voorzichtig bradend in de kaantjes van zijn drift, retireerde hij. Beneden werd hij dapper, laaide zijn barbiertjespassie op, schreeuwde hij heldhaftig dat het uit was, uit. Ik was in een te gemoedelijke stemming. Met de twee kinderen op m’n knieën speelde ik van haken en ogen - tik-ke takke toge - goudpapier - tierelierelier. - ‘Wat ben jij een vreemde man,’ zei Georgine, voor de zoveelste maal, ‘trek je je nou van niks wat an, of hoe heb ik ’t met je ?’ - ‘Malle Mol: van barbiertjes kan ik me vandaag niks aantrekken. Ik ben minstens een halve wijsgeer. Ik heb ergens hónderd pop losgewerkt. Hónderd pop, hoor je ? En geen Doedelaar is in staat een zo zeldzame vreugde te bederven!’ -- ‘Heb je honderd gulden?’ vroeg zij verrast. - ‘Honderd! Negenennegentig gulden vijfenzeventig cent. Ik heb een kwartje sigaren gekocht.’ - ‘Wat een uitkomst! D’r staat twintig gulden bij de kruidenier an de overkant én...’ - ‘Bederf jij nou me plezier niet!... Na het eten asjeblief!... Hoe was ik met die mof?...Deftig, hè?... Prachtig hè... Net alsof ik mezelf in een boek hoorde spreken... En nou geeft Ka me een lekker bittertje, hè?’ - ‘Ja, pappa...’ ‘Mag je niet zeggen...’- ‘Mamma heb ’t me gezegd...’ - ‘Dan heeft mamma zich vergist.’-‘Hè toe, laat het haar zegge... Jij ben zo goed, zo’n goeie engel voor ons allemaal...’ - ‘Nee, jongens, wel ?... Ik ben jullie ome met negenennegentig gulden vijfenzeventig cent... en wil jij wel es niet op je hoofdje krabbe, Toos!’ - ‘Kakkie... Hoereboel...’ lijsde het van onder op. - ‘Als ik hier wegga boor ik een gaatje in de waterleiding! Dat tuig!’ zei Georgine, wraakzuchtig.

‘Kerel, wéés nou toch praktisch,’ zei Dirk. Guus was uit de stad. Hij én Karel kwamen een avondje verpraten, dat wil zeggen een avondje na elf uur. ‘Hóór je, Alf?’ riep Georgine. - ‘Jawel, jawel.’ - ‘Je kunt nou eenmaal niet alles theoretisch doen,’ beredeneerde Dirk achter zijn biertje, ‘je kunt wel ziekelijk dromen, maar van dromen eet je niet en mét dromen worden jullie allemaal nog ongelukkig.’ - ‘Jawel! jawel!’ zei ik onverschil-


329

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.