adres... En die huisdeur die altijd ópenstaat... Is de voordeur op slot?5 riep ze angstig. - ‘Als je zó begint, ben je goed op weg! Je blijft hiér. We zullen kalm afwachten...5 - cAls je maar geen ogenblik van me weggaat,5 smeekte ze bleek van angst. - ‘Malligheid.5 - ‘Ach toe, Alf!5 - ‘Dwaasheid. Die man doet je niks. Die man-mét-het-contract!... Wil je me nog een boterham snijden ?...5- ‘Hoe kun je nou eten!5 - ‘Ik heb trek. Wat zeg jij, Ka?5 - ‘Ikke ook, ome.5 ‘Niet met twee handen eten, grote meid.5 -‘Is pappa terug, ome?5 - ‘Je pappa...?5 - ‘Hou je mond, nest! Je mag niet meepraten als grote mense spreken, hoor je!5 verbood Georgine. -‘Nou-ou!...5 protesteerde het kind. - ‘Nfét zo met 5r omgaan, Mol!... Hou je van je pappa, Ka?5 - ‘Van pippa?... Ja, niewaar, mamma?... Ik mot van me pappa houe, niewaar, mamma ?5 - ‘Van wie hou je meer, van je pappa of van mij?5-‘Van ü, ome...5 - ‘Wil je liever van mamma en ome weg en naar pappa toe?5 - ‘Nee-éé. Nee-éé!... Bij u en mamma blijve.5 - ‘Als ik je nou een prachtige pop geef,5 hield ik aan, ‘zo een, kijk es: zó een, wil je dan niet liever naarje pappa en van ons wég, hé?... Wiljedan?5-‘Nee!.. Nee-éé! Bij u blijve!5 - ‘Hou nou op, Alf, anders gaat ze nog huile.5 5s Middags kwam ik terug van een boodschap, klopte aan de deur die op slot was. Georgine keek door een kier naast het gordijntje, maakte open. Haar ogen waren rood-gezwollen van huilen. - ‘Wat is er? Wit heb je?5 ‘D5r is zó5n scène geweest! Zo5n scène... ogotogot!5 - ‘Met wie?5 - ‘Met dat kréng, met die Stengevis!5 - ‘Is die hier geweest?5 - ‘Waarom ben je niet thuis gebleven!...5-‘Wat is er dan!... Dag, Toosje... Kom jij weer es met Ka spelen ?5 - ‘Nee, Toos blijft ook hier.5 - ‘Blijft Toos hier ?5 vroeg ik verrast.
‘Ja. Ze blijft. Ik wou niet meer hebben dat zij d5r meenam. Ik heb zo5n meelijden met jou! Zo5n meelijden met je!... Dat ik je al die last aandoe!... Twee kinderen!... O, wat is het leven toch érg!5 - ‘Wil je me nou liever vertellen wat er gebeurd is!5 - ‘Vreselijk!... Verschrikkelijk!... De politie is er an te pas gekomen!... Nou zie je hoe dromen uitkommen!... Jij, die in niks gelooft!... Heb ik tóén niet gedroomd van paarden van de tram die me wouen bijten!... Zo5n schandelijke herrie!... We kunnen hier niet blijven wonen, hoor! Als je dat maar weet!... We moeten weg, hoor!... Het is hier onmogelijk geworden.5 ‘Vertel het nou asjeblief kalm. Niet zo opgewonden.5 Zij probeerde rustig te vertellen, maar bij momenten werd ze gejaagd, moest ik haar wenken om kalmer te zijn.
‘Nou moet je verbeelden... Hè, ik kan haast niet praten van zenuwen... Nou moet je verbeelden dat ze om twee uur met zo5n opgestreken zeil komt om d5r geld... Ze moest een week of vier of zo iets hebben. Ik zeg te
326