...En ik, die hier sta als een inbreker, als een ploert, als een dief!... Heb je daarom al zijn brieven verscheurd, zodra je ze kreeg... Bah! Bah! Bah!5 -‘Ik was zo ba-ang - zo schrikkelijk ba-ang.5 - cVoor wie? Voor wat?5 -‘Voor hém... Ik dorst niet schrijven...5 ‘Je dorst niet! Je dórst niet! Wél dorst je mij beliegen vier, vijf, zesmaal, dat ik je gevraagd heb, of je éérlijk met dié man omging...5 - ‘Ach God ... schei nou uit! Schei nou uit! Heb je dan geen meelij met me... Ik was zo ba-ang. Dat kun jij niet begrijpen... Ik was dltijd zo ba-ang, dat ie me zou kommen vermoorden!... Ach-God, lieve Alf... vergeef het maar... vergeef... het... maar...5 - Zij zoende mijn hand, die nat van hete tranen werd. - cNou geloof ik je nooit meer,5 zei ik ontmoedigd, diep terneergeslagen, ‘in niks meer! Gék, die ik was! Gék om te menen dat ik jou opgeheven had.5
cO! O!5 huilde zij, hartstochtelijk-snikkend, ‘schei nou uit!... Het leven is toch zo ndar... Hou nou op!... Laat me niet in de steek!5 - ‘Wie spreekt er nou van in de steek laten?... Wat zeg je nóu weer voor viesheden?... Ik zou erom kunnen huilen dat je me zo belogen heb - dat je me zo nakend laat staan... Als die man nóu,dadelijk, binnenkwam...binnenkwam ... zou ik met m’n houding geen raad weten... zou ik staan als een gewone, scharrelende patser!... En jij die weet hoe ik liegen haat, haat, haat, dat er niks érger voor me op de wereld is.5 - Zij snikte met het hoofd in de handen. Ka zat met angstig pruil-bakkesje. - cAlf!... Alf... Waarom zeggie me dat alles nóu,5 weende ze. ‘Wil je dat ik me dan verdrink!...5 Mijn woede zakte. Kijkend door de ramen hoorde ik haar snikken, snikken als zuchten uit een grijze verte. Goor zwart lag het kippenhok in het zwart kale tuintje. Kippen kakelden, bepikten de zwarte grond. De hond van de barbier met drillende, platte, weke tepels snuffelde rond. Aan de overzij, triestig in de fletse lucht, stompte de rode-steentjes-muur op, ramen, kozijnen én horretjes én rode gordijntjes én tuindeuren... - ‘Ik was zo ba-ang,5 begon zij weer achter me, ‘zo vreselijk ba-ang... Dat vat jij niet... Als ik hem schreef dacht ik dat er een end zou kommen aan alles.5 - ‘Had je dan zo weinig vertrouwen in me...5 - ‘Ach, ach, ik vertrouw je dlles... maar ik ben zo bang voor de dingen...5-‘Wélke dingen ?5 -‘Voor dé dingen... dé dingen... Ik kan het je niet zeggen... Ik weet het niet... La-me nou niet in de steek, Alf!... Ik ben toch góéd voor je.5 - ‘Daar dénk ik niet an... Huil toch niet zo!... Is er nou zó iets verschrikkelijks gebeurd ?... Geef me een zoen... En lieg niet meer... nóóit meer!... Hoor je me?5-‘Nooit meer! Nooit meer!5 - We zwegen even. Toen zei ik rustig, in zékere voor-voeling: ‘Hij is in de stad.5 - ‘Wel néé,5 schrikte ze. -‘Hij is er, zeg ik je... Die veertien dagen is niks dan een smoesje.5 - ‘Geloof je?5 - ‘Zéker.5 - ‘Dan blijf ik hier geen minuut meer... Hij weet het
325