per-komende nacht en vogelgefluit in bladerbrokaat en liefdeweelde in groen en het trotse slaan van de haan en een ster die verschiet als een vonk en bazuinen van marmerbleek ijs stotend in maannacht, en laaiende brand in wolken van rots en bladerloos takkengerag op de hei en stuif-meelgejoel in de wind en voorjaarsdauw op de blaren en diep zwaarmoedig nachtegaal-rouleren en vreugdegeschater over de wereld van bergen en dalen, zeeën en lichten, over de wereld in ons kleine hoofd die gróter en wijder is dan de kleine rondom. O, een kind is een vreugde, een smart, een einde, begin, een weelde, een vlam en een haat. En wie niet in het kind heeft gezien en aanbeden het al-schoonst menselijke, niet uit kinderogen heeft gedronken het al-heerlijkst, het tot góden en zonnen opduizelend levensgeluk, die staat naakt en jammerlijk met zijn bevleesde, ruige, harige botjes in dit heelal, in deze blauwzonnige koepel, die te hoog en te luchtend en te doorzichtelijk is - voor zijn pover doodkistje van één meter zoveel, bij zóveel en zóveel duim.
Ze zeggen dat vaderliefde is liefde van een pa voor zijn (op het stadhuis behoorlijk geregisteerd) kind. Ik geloof en ik zeg dat er géén vaderliefde is. Gewóónlijk is vaderliefde een vorm van ijdelheid, een maatschappelijke trots op een naam, een n&im.
Liefde? Liefde! O liefde! Wat weten jullie van Liefde!
Vaderliefde is ijdelheid én stadhuis-verplichting. Waagt een pa z5n leven dan niet voor zijn kind ? O ja. Voorzeker. Multatuli was óók een pa, redde zelfs zijn hondje. En ik ken een meneer die een juffrouw uit een bijt haalde - én één met zes klewanghouwen en een lintje. - Opoffering...Zorgen... Opvoeding... Toewijding... Vaderliefde, touchant, dandóénlijk. Zie historie. Zie ónechte kinderen. Zie bordelen.
Een man heeft geen baarmoeder, geen lange, ldnge pijnen, geen melk, geen warmkoesterend lichaam. Een man is de aanmatigende bijslaper van zijn vrouw. Natuur kent geen vaderliefde. Zie beesten en ongecultiveerde volken of omgekeerd.
Er is geen vaderliefde. Er is liefde voor één kind, voor bet kind, liefde die groeit, gekweekt wordt door het gewoonteleven. Je houdt van je dagelijkse lamp, van je dagelijkse broek, van je dagelijkse schoenen. Zo houd je in meerdere mate of leer je houden van het kind, dat je élke dag ziet, hoort, waarneemt, waarvan je bent gaan houden omdat 5t het kind van je vrouw is. Maar in de beginne, melieven, hield je niet van dat poepende, zuurkwijlende, rode, haarloze wurm. Burgerlijk-lief-sentimen-
321