Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Welnee juffrouw, ik denk niks...’

‘Siet u - ik rook nóóit... roke vin ik viés... maar ik ben so hardlijvig siet-u... en dan trek ik wel es an de pijp van me man, ziet u, hè-hè-hè!... Begrijp-u?... Anders kan ik in geen dage...’

‘Natuurlijk. Natuurlijk... Da’s er héél goed voor... ik ken een dame die precies voor het zelfde sigaretjes rookt.’

‘So. Welso... Nou maar sigaretjes is voor ons mense te duur, niewaar ?... Ik trek maar es aan de pijp van Jacob, hèhèhè!...’

‘Morge of overmorge zal ik u de resterende tien gulde geve... juffrouw... ik moet een hele boel geld ontvangen... dat er nog niet is.’ cO, da’s niks meneer. We sitte er niet op te wachte... As de juffrouw nou maar es die servet en die handdoek geeft...’

‘Ik zal het haar zegge... Dag juffrouw.’

‘Dag meneer... Beterschap met het kind... As ik u nog es diene kan.’ ‘Dank u.’

Georgine had Ka in een deken gewikkeld, zat met het kind bij de gloeiende kachel.

‘Hoe kdn je nou die ellendige mense een dienst vrage!’ verweet zij. ‘Sust!... Ze was heel vriendelijk.’

‘Jawel!... Vanavond wou ik Frits hebbe om dtroene te hale... en kwam de boodschap, dat Frits niet meer voor me uit mocht... Zulke lammelinge as je met een ziek kind zit!’

‘Misschien zijn ze voor mij bang...’ veronderstelde ik. ‘Kijk es Ka... Kijk es, mijn kind... Lekker hè? Eerst chocola... en suiker... en nou het water... Lekker, hè ?’

Slaperig-kregel keek ze toe, slikte lepeltje voor lepeltje met een vies gezichtje.

‘Niet zóveel mamma!... Schei nou uit!’

‘Nog één lepeltje. - Zo-o. Zo-o. - Nou weer naar bedje, hè ?’

‘Nee-éé! Niet naar bed,’ zei ze huilerig-kribbig.

Ik legde het thermometertje aan. Ze had stevige koorts.

‘Niet doen! Niet doen!’

‘Zo. - En morge moet je het in je mondje neme, dan kan ome beter zien hoe warm je van binne ben. - Gek, hè ?’

In haar bedje lag ze nog te woelen toen wij slapen gingen. Het licht brandde laag.

‘O God. - O God, ik ben zo ongerust!’

‘Het is nféts, Mol - niks. Het komt zo dikwijls voor.’

Ka ijlde een beetje, zei met piepende ademstootjes brokken van kinderrijmpjes, hoestte krakend, lag weer een poosje stil, soms kindersmarte-


311

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.