Hier was ze zeker opnieuw begonnen te schreien en naar het kinderbedje gegaan.
Naïef-mooi, dat proberen, dat gedeeltelijk kinderlijk stamelen - en Kloos ernaast. Het laatste vers was ze die avond begonnen. De anderen waren van verschillende datum. Jawel - jawel - lief - heel gebrekkig - gevoelig-maar waarom die regels... ‘Ik heb verdriet... mij kwelt een bitter leed’... waarom?... was dat verzenmakend gejókt?... Of Md ze dingen die ze niét zei?... Goeie snoet!... Hoe heerlijk dat ze geen literaire vrouw was, géén aanstaand lid voor de Hollandse Maatschappij, maar een vrouw... Met een schrik sprong ik op. Georgine werd wakker.
‘Dag Mol, hoe is het met Ka?’ zei ik onnozel.
‘Hetzelfde... Kom je pas binnen V vroeg ze wantrouwig.
‘Nét.’
‘Je heb toch niet me papiere...’
‘Wélke papiere ?5
‘Héüs niet?... Ldter mag je het lezen, nóu niet... Heb je heus niet geleze ?5 ‘Heus niet.5
Ze legde de velletjes in Kloos, sloot haar gezamelijke gedichten in de la van het kastje onder haar gewezen schminkdoos.
‘Heb je gehuild?5 ‘Ikke... nee.5
‘En je heb zulke dikke oge.5 ‘Van de slaap.5
‘Mamma! Mamma!5 Schrikkerig-angstig snerpte het kinderstemmetje uit de alkoof.
‘Wat is er schatje?5
‘O, mamma! Mamma ik hè zo5n pijn, zo5n pijn!5 ‘Toe-nou, niet huile! Bén je mamma5s kindje! Niet-huile!5 ‘Ik hè zo5n pijn op me buik.5
‘Da5s natuurlijk d5r borst, Georgine. - Poeiertje slikke Ka? Lekkere poeier?5
‘Néééé! Néééé!5
Kregel duwde zij het papiertje uit mijn handen. De poeder stoof op de grond.
‘Hé! Hé!... Wat een stoute meid... Het is maar suiker!... Proef es.5 ‘Nee-éé... Nee-éé!... Ik wil riiet!... O mamma!... Mammaatje!... Ik hè zo5n frijn!’
Het klaaglijk smartstemmetje huilde tegen Georgines borst.
‘Wil je niet wat drinke ?... Kom nou hartje.5 ‘Nee-ee! Nee-ee!5
309