Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Kom!... Schei uit met je gekheidjes!... D’r valt niks te straffe!... Je bent volkómen eerbaar! Wat zit je te prakkizeren ? Moet ik je telkens weer uitpraten de stomheid van andere mensen?... Mozes was een kwibus toen die zich zo5n zótte voorstelling maakte van een God met tien ge-bodjes!... Maak je maar niet angstig. Morgen zal ik een dokter halen hè ?.. En wat zeg je van de scène bij Duif? - Schrikkelijk hè ?5 ‘Ja, vreselijk. - Hoor je Ka hóéste? Zou ik 5r bij ons in de alkoof neme?’ ‘Doe dat liever morgen... Anders vat ze nog kou. Licht uitdraaie? Leg je?5

In bed begon ze nóg eens, tobbend, ongerust, opgeschrikt door Stientjes dood.

‘Weet je wdt ik goddelijk zou vinde, Alf?’ vroeg ze zacht-pratend onder de dekens, de volle warmte van haar jong lichaam tegen mij aan.

‘Nee, wat ?5 vertrouwelijk-fluisterde ik.

‘Als ik vannacht dóód bleef in je arme.5

‘Zo. Héél aardig...5 zei ik toonloos, met plotselinge visie van het lijkje -één lijkje.

‘Dood te gaan in jouw arme, terwijl je nog van me houdt...5 klonk het diep-moedeloos.

‘Heb je nog méér onzin ?5

‘En dan jij over mij an het huile, schrikkelijk huile... Wat zou me dat goed

doen.5

‘Egoïst!5

‘Jij zou wel weer een indere vrouw vinde... Wees nou niet kwaad, liefje... Ik zóu het zo héérlijk vinde... in jóuw arme... en jij over me treure... een tijdlang... en dikwijls gaan naar me graf met bloeme... wat héérlijk... wat héé-éé-éérlijk... niks meer te make hebbe met de mense buiten... niks met me mdn... niks met dlles... Als het zo donker is, voel ik jou als het énigst... en wat kan er héérlijker zijn dan bij dit énigst inslapen, zoals ik nou leg... nooit meer wakker worde, nooit meer al die vijanden zien... nooit meer!... nooit meer...5

Ze kroop weer warm tot me op, inslurpend het grijslome van het stilliggen in nachtdonker.

‘Voel je niet? Voel je niet?5 vroeg ze vleiend, bijna stem van een angstig kind.

‘Ja ja,5 zei ik fluisterend, héél zacht, héél voorzichtig-fluisterend, pogend te antwoorden, klankjes-zeggend - om ónafgeleid achter de voelbaar-droge oogleden te denken aan hiit genegenheid die de mijne overgroeid scheen. Want, vaag-melancholiek, als een zwaar-droevige aan-wuiving, meende ik te voelen dat haar doods-visie van een gelukkig,

299

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.