Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



niet kan optreje!... Blijf van me lijf, Dirrek... Bemoei je d’r godverdomme niet mee!... Zo’n judas!... Zo’n mikkero!... Gemakkelijk, hè, je te late voere door die ouwe hoer en mijn zéven jaar te late opdraaie voor het kind!... Je ben niet waard met stront gesmete te worden, vuile verdommeling! Zó denk ik over je! Zó!’ - En in het paroxysme van haar woede die ze niet helemaal te uiten dórst door luiduit, gillend schreeuwen, spuwde ze hem een slijmkwal tegen zijn zwartdeftige pels. ‘God-ver-dom-me!’ brulde Meijer hees, zijn geganteerde vuist opdreigend, Vuile hóér!’

Dirk greep hem bij zijn arm. Verwoed rukte Meijer zich los. Met een scherpe klak viel de hoge hoed op de grond. cLa-me los, Dirrek! Godverdomme la-me los!5 cWees jij nou verstandiger!’

‘Toe nou! In Godsnaam, Meijer!’

‘Mot ze me spóége, dat kreng, dat varreke! Ben ik de herrie begonne ?’

‘Jij vuilik! Jij vuilik!’ drensde Duif, uitraspend de woorden in zenuw-woede-op-toeval-af - ‘Jij vuilik - durf jij je smoel nog opendoen? - Ga es bij je kind as je dürref. - Kijk d’r es in d’r oge! - Heb ik het vrete niet uit me bek gespaard? - Heb ik d’r klere niet gekocht, d’r grootgebracht? Wat wou jij... Wat wou jij ? - Me vuil is nog te goed voor jou! -Denk je dat ik van jóu nog wat mot ? - Ik vreet liever me nageboorte! - Van jóu? Van jóu? - Makkero! Makkero!... Bij Mast zitte en flesse wijn bij je vrete zuipe, hé? - Je mót me es anrake!... Puh! Puh!’ - Hijgend, nog altijd ingehouden-krijsend, spuwde ze weer naar hem, zonder te raken.

‘Toe nou Duif! Jezus denk toch an je kind!’

‘Laat hem nou door! Wat geve die verwijte.’

‘Laat ie dan z’n smoel houe! Laat ie dan z’n smoel houe!...’ uitraspte Duif, opgewonden, buiten bezinning, ‘wat doe ik dié m&n, wat dóé ik hem... Wat wil die kerel van me!... Die vuile sodemieter!... Die lazersteen!... Die flikker! Die kérel! Die kéééérel!’

‘Verrék jij maar!’ heeste Meijer, driftig fluisterend, met diepe ademhij-gingen na elk zinnetje... ‘had ’r an mij gelate!... Ik zal jóu onderhoue, hè?... Dat jij alles verzuipt!... Dronken hoer!... Heb je me beste jaren niet verpést!... Heb je Stien niet gehoue om er voordeel van te trekke!... Heb ik ’r niet wille grootbrenge?... Ze is beter zó... God hoort me!... God zal me vloeken!... Jij had er een lel, een hoer van gemaakt... zoals jij zelf een hoer ben!... zoals je zélf ben!... Zeg dat ze opdondert Dirrek, anders pak ik ’r in d’r strot!’

‘God, Meijer, hou je toch in!’

‘Schame jullie je nou niet!’

297

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.