Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Ben jij het, Dirk ?5 riep een stem.

‘Ben je weer met Guus verzoend, Dirk ?5 vroeg ik, verbaasd.

Hij scheen niet gehoord te hebben, wipte met brede sprongen de trap op. Meijer, deftig, voorzichtig, betastte de treetjes met zijn gelakte laarzen. Ik kwam achteraan.

In de achterkamer hing de lamp laag op de tafel, half-afgedraaid. Duif, in een vuil-bruine ochtendjapon, zat rood-van-huilen in de armstoel, suf van oogkijken. Op het nattig tafelzeil was een vlés gewar van flesjes, vuile kopjes. Er mufte een lucht van roet en medicijnen. Naast Duif, in de matschemering der lamp zat een burgerjuffer met een zwarte omslagdoek om het hoofd.

De rode-bloemetjes-gordijnen voor de bedstee waren dichtgeschoven. Meyer, met de hoed in de geglaceerde hand,kwam schuw-angstig binnen, zocht in de kamer, vroeg voor-het-eerst-éénvoudig-aarzelénd in zijn doen... ‘Hoeis het met 5t kind, Anna?5 Duif antwoordde niet.

De burgerjuffrouw naast haar lei een magere vinger op de mond, wees naar de bedstee.

Guus zei zachtjes ‘Dood...5

De hoed beefde in de geglaceerde hand.

Zenuwachtig-druk zette Meijer 5m op de tafel, tussen het gewar van flesjes en kopjes, liep op de bedstee toe, scheurde een gordijn halfweg, snikte in de stilte der kamer, waarin we allemaal stonden te huilen. Zijn zwarte pels sloot de bedstee-openheid af. Maar hij zakte op de knieën, vatte een klein, wit handje in zijn handschoenen, begon dat zo hartstochtelijk te zoenen, dat de zoenslaagjes in de kamerbenauwdheid als zachte klukjes klonken. Van het bed was een tip laken te zien; tegen de achterwand een plank met oude hoededozen. Meijer, gehurkt in de builende pels, bleef roerloos liggen. Duif snikte met neusproestingen achter haar zakdoek. Guus huilde tegen Dirk aan, die bot stond te kijken met zijn bril in de ene en een zakdoek in de andere hand. De burgerjuffrouw - van tweehoog - keek naar de bedstee, schudde lang-aanhoudend het hoofd.

Guus, snikkerig, groot van vrouwelijk meelijden, liep op Meijer toe.

‘Kom nou, Meijer!5

Hij snikte weer, luidop, zoenend het klein marmerhandje met de dof-bleke vingertjes.

‘Ogotogot... dat scha-aap... dat scha-aap,5 snikte hij, ‘dat arreme wurm... me niet eens goeiedag gezegd... geen woordje meer... niks meer... Ogotogot!5

294

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.