Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



God zal niet mijn enigste bezitting wegnemeL. Stien is de enige die van me houdt. Mijn kind!... Mijn dochter... Wille jullie gelove dat ze een hart van goud heeft - dat ze honderdmaal tegen me zei: pa, van al het kwaad dat ma van u vertelt geloof ik geen woord, ik hou alleen van u!... Zo’n engel! Zo’n engel... Dat kind is m5n alles, da5s nou m’n liefste op aarde. - Als jullie wiste hoe ik om dat kind geleje heb - wat een smart ik heb uitgesta-aan-aan...5 Ratatata...

Het rijtuig schobberde over de keien van het Rembrandtplein. In de Utrechtsestraat begon ie weer.

'Wat voor hartkwaal heeft ze?5 ‘Reumatiek.5

‘Wat zeg je?... Reumatiek?... Je zult zien dat ze er van opkomt... Mijn schatje.. Mijn oge had ze, hè... En wat ze verdomd goed Veltman en Fren-kel en Frits Bouwmeester kon nadoen, hè? Dat heb ik haar geleerd... En nou zo ziek!... Waarom neemt God mij niet weg als er iemand moet worde weggenomen?... Ik ben een grote en sterke man. - Ik kan tegen lije, nietwaar? - Ik heb alles van het leven genote. - Maar zo5n engeltje, zo5n hart! Van dat kind hield ik toch zó, hè!... Zo innig-veel...5 Het was precies of ik hem op het toneel hoorde - zin voor zin-woord voor woord.

‘Ja het was een liefkind,5 zei Dirk, ‘werkelijk een door en door goed kind.5 ‘Goed, meneer!5 stoof het geluid van Meijer op, ‘góéd, meneer? Niet d5r gelijkenis op de wereld!... Als ik haar es een kwartje gaf - je begrijpt: méér dorst ik haar niet geve voor het keelgat van d5r moeder - vroeg ze nóg of ik het wel misse kon... En wat een móóie oge, hè!...Wat een goddelijke oge voor een meisje van die leeftijd... Wat een ogen van een engeltje... Heb je óóit zulke ogen gezien?... En ik die an niks dacht - ik die daar rustig zat te soupere met meneer en mevrouw Van Burksen en van Goden de wereld geen kwaad wist... Wat een toestande... of je midden in een drama...5 Ratatatatata...

We reden over het Frederiksplein naar de Pijp. Wel probeerde Dirk nog wat te schreeuwe, maar het keiengerommel maakte het gesprek onaan-genaam-hard. Soezend keek ik naar de man over me, die, geheimzinnig, télkens met zijn dure pels en zijn hoge hoed uit het rijtuig donker opleefde, weer onzichtbaar werd - télkens was een mom met droomoogjes - donker - wéér het mom - wéér het rijtuigdonker - het rinkelend glas-lawaai, het gerommel benee, het geschok van de koets om ons zwijgen, om onze drie onbewogen levens.

De deur werd opengetrokken, toen het rijtuig stilhield.

293

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.