Die uwe jeugd bedreigt, en wordt dan vrouw En moeder - Moeder! o dat woord klinkt schoon Niet waar ?... Dat is gelijk een hemeltoon...
Als in een cvers5 niks gebeurde was het geen vers. Maar mijn stille geglim-lach irriteerde haar. Wéér las ze. En die póging zélf voelde ik als iets hóógvrouwelijks, als een zeer mooi gebaar, als een lief tasten naar de schemering waarin ik voor haar stond. Zachtkens zoende ik haar op de ogen, wat schoonmama snurkend goedkeurde, het geluid van Kloos ging door het kamertje en Wereldvrede wiegde op schoonmama’s schoot...
Gelijk een bloem bij avond nauw beweegt,
Maar in de windlooze atmosfeer zich heft,
Klaar-schijnend op het kristallyn der lucht,
Rees Afrodite voor V onmeetlijk ruim
Van licht, dat om haar was, één reine eindloosheid,
En danste zacht, maar danste niet, bewogen Maar even door het beven van haar ziel,
En wat daar schoonst in school...
Ik leerde haar, voor zover ik het zelf wist, hóé te lezen, maar zij werd boos. - cNou zoen je me, omdat je me uitlacht!’ - cWel nee, ik vin het juist allemaal zo fris van je... zo eerlijk... hoe zal ik het je zeggen... zo kinderlijk...’ - cIk vin er niks kinderlijks an!’ - cDat weetje zélf niet, Mol!’ -cIk merk wel dat je spot...’ ‘Je moeder keek ook zo...’-cWatte? Watte? Heb ik gesnurkt?’ kwam schoonmama wakker, Wereldvrede opnemend. ‘Welnéé,’ lachte ik terwijl zij het laatste hoofdstuk begon. cDat heb u gauw geleze,’ lachte ook Georgine, Cschei u nóu maar uit. Alf is klaar.’
‘Als ik ’s avonds lees,’ lei schoonmama uit, ‘krijg ik altijd so’n slaap... hoe sou ik nou an so’n slaap komme, hè ? Een móói boek, hè ? Vin je niet, hè ? D’r komme passages in, precies as het nieuwe testament... Wat lache jullie nou?... Is het nou só gek wat ik seg?... As je nou lees: <Sulle wij die wonde plek van ons land ooit kenne balsemen? Of sal het toch van daar altijd blijfe voortkankere?> Nou, as je dat lees... is dat niet precies het nieuwe... Hè wat een onsin van jóu om so te lache!’
‘Maar moe!... Lach nou niet! Ik zou er het ouwe testament ook bijhale!’ ‘Het ouwe testament is niks dan flauwe kul! - Daar spreek ik niet van! -- Het Ouwe Testament! Adam en Eva dat ware de eerste mense, nie-waar? - Waar zijn dié vandaan gekomme? Allemaal flauwe, érreg flauwe
288