Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



graag iedereen een kluif geven, maar dat doen we alleen als we entre-nous zijn... Hoeveel is vier maal vier?... Zestien, niewaar?.. Wie heeft dus gelijk, ik of me vrouw?5... - ‘Wat een redenering,5 zei moeder, haar neus vertrekkend. -... cLaat hem maar gaan moe, die goeie beste piepa... Als ie er plezier in heeft,5 suste Gerda. - ‘Als ik één zo5n vlerkje op heb,5 zei Jules, zijn witte handen wrijvend... ‘heb ik voor twéé dagen genoeg... Wat een kolossale beeste! Ik heb ze nog nooit zo groot gezien.5 - ‘Ja ze zijn énorm,5 knikte Busse, ‘wat zegt onze schrijver ervan ?5 Als hij zo iets zei, won hij het hart van vader, die boeken schrijven een nutteloos ding vond, maar na een paar krantenrecensies, waarin zijn naam met ‘lof5, met ‘veel lof5 genoemd werd, nooit verzuimde voor te stellen: ‘Mijn zoon... de schrijver.5 - ‘Ja ze zijn heel mooi,5 zei ik verheugd, met meer honger dan lust tot gepraat. - ‘Oe, wat knars u oom,5 zei Tilly, de vingers in de oren stoppend. - ‘Ja da5s een akelig geluid.5-‘Vindt u? Ik kan er best tegen.5 - ‘Jij kan tegen alles... Wil je geloven dat ie laatst heeft geholpen om iemand die uit het raam was gevallen en die zo akelig bloedde, zo vréselijk bloedde, op een kar te leggen ?5 - ‘Wat is er dan an,5 verdedigde zich Busse, blij dat zijn heldenfeit zo hoog-op aan tafel verteld werd.-‘Praat alsjeblief niet van bloed,5 vermaande tante, ‘als Tilly er maar van hóórt spreken valt ze flauw.5 - ‘Gut, ik vin méts griezeligs an bloed. Maar krassen over zij. Da5s verschrikkelijk.5 - ‘En een spinnekop dan ? Ben jij ook zo bang voor spinnekoppen ?5 - ‘Nou ik zal niet zégge dat spinnekoppen tot mijn geliefde huisdieren behore... maar bang, néé... waarom bang... een spinnekop zal je nooit kwaad doen.5 - ‘Ben je nog in dat damescomité, Co?5 - ‘Bedoel u van armenbezoek?5 - ‘Ja... Waar die dames Polte en Vinlij ook lid van zijn... en die advocaat... Is het niet ?5 - ‘O ja... Elke week vast... Het is héél interessant... Maar altijd zo5n lucht van pijpjes en mensjes in die huize... Vréselijke mensjeslucht... Da5s het onaangename.5 - ‘Kom geef nu eens door... Nee, Carolien, bedien je nou góéd... D5r is genoeg... D5r is in overvloed... Waar is Antje nou?5 - Coba drukte op het knopje van de elektrische schel die aan de gaskroon hing en het propere dienstmeisje, dat de deur geopend had, nam de schotel over, bediende de gasten een voor een. - Dat gaf een vergenoegde stilte. - Ze bedienden zich of hapten al. Het rode licht van de gasbranders zette de hoofden in verjongde lijnen. Alleen Jules zag er geler, ouwelijker uit. Toen hij met nichtje Jeannette huwde leed hij al aan zijn ziekte. Het huwelijk, het samenleven met een gezonde, zinnelijke, jónge vrouw schrapte het vernis weg dat een ‘kuur5 hem gegeven had. Geen week ging voorbij of de dokter kwam bij hem aan. Kouwelijk, huiverig, bang voor tocht, zat hij meestal stil, droefgeestig. De levenslustige jonge man was in twéé jaar oud,

266

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.