Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



niet erg aangenaam scheen te vinden. Naast pa, statig-deftig, zat tante, die verleden jaar haar man verloren had. Dan was er nog een juffrouw Henriëtte Rons, ouwe vriendin van Gerda, die met Co aan het voeteneind zat.

Op het glanzend oog-vochtig tafelkleed lag een loper van blauw geruid papier, die het blokjeswit in tweeën verdeelde. De zware zilveren lepels, vorken, dessertvorken, dessertlepels schitterlachten met stralende schamplichtjes. De servetten priemden in steekjes op het servies van wit-met-blauwe randen. Blinkend van glanzige buikigheid stonden de glazen; voor elk bord een waterglas met kristallen voegen, een dun spits wijnglas, een mat-groen witte-wijn-glas. Op de baan van teerblauw vloeipapier hoekten in elegant slordige regelmaat schulpvormige schaaltjes van wit-met-blauwe rand, vlootjes van gele citroen-strakheid, pru-nellen in bruine glimsaus, amandelen, rozijnen, pistaches en andere kleurige lekkernijtjes. Het was van een welgedane, zacht-vriendelijke weelderigheid. - cMaar Spier,5 zei tante, die papa bij zijn achternaam noemde, ‘dat is een heel souper.5 - ‘Nou een héél souper,5 zei pa, zich inknuffelend in de leunstoel, ‘een soupéétje.5 - ‘Nou als u dat een soupeetjé noemt,5 helder-lachte Busse, ‘dan weet ik niet wat een souper is.5 - ‘Het lijkt wel een fééstdiner,5 zei Jules, huiverig van het gaan door de marmergang. - ‘En wie heeft er zo kéürig gedekt ?5 informeerde tante. - ‘Ik tante,5 knikte Coba, ‘ik helemaal alleen.5 - ‘Nou - ik heb de servetten gevouwen,5 beknibbelde Gerda, lachend. - ‘En heb ik jullie niet meegeholpe ?’ vroeg Tilly, hoog-van-stem, ‘wie heeft de glazen nagewreven?5 - Da bracht de eendebouten binnen, vier bruin-glimmend met voorsnijmes en vork ernaast. -‘Maar méneer... vfér eendeboute... Hoe kome we daardoor,5 lachte juffrouw Henriëtte Rons sentimenteel-verwonderd. - ‘We kóme erdoor,5 zei vader, de tafel rondziend met blije genoeglijkheid in de ogen nu de vier eendebouten de algemene attentie hadden. Zonder een groot eter te zijn, had hij er, als er gasten waren, kinderlijk plezier in wanneer de enorme kwantiteiten vis of gevogelte, die hij zélf kocht, verrukking of verwondering gaven. - ‘Zo is me man altijd,5 zei moeder, ‘altijd bang dat er te weinig is... Ik zou er maar twee aansnijen... anders wordt er niets van het andere gegeten.5 - ‘Och ma het gaat wel op,5 beweerde Gerda vlug-handig. Ze wist hoe pa een hekel had aan zulke opmerkingen. - ‘Ze zijn op tafel en ze zullen gegeten worden. Vier eendebouten met zijn twaal-ve... Het is op het randje af.5 - ‘Gut, meneer hoe reken u dat ?5 vroeg Henriëtte sen timenteel-lief. - ‘Kun je van een kip of van een eendebout5 - lei vader uit, terwijl het zilveren mes het bruine vlees sneed, ‘iéts anders eten dan de vlerken, de poten, het wit?... Nee niewaar. Mijn vrouw zou

265

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.