Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



kijke?5 - ‘Néé, kind.’ - cHeus niet? Niet naar vriendinnetjes van je zusters ?5 - ‘Die komen vanavond niet.5 - cBen je om één uur op de Diergaar-desingel ?5 - cHalf twee uiterlijk.5 - ‘En zul je voorzichtig zijn ? Het is hier zo5n rare stad en ze schiete zo ?5 - cGa jij maar rustig naar boven en amuseer je. Dag vrouw.5 - ‘Dag mannetje.5 - Er waaide een gure stuifwind. Weinig mensen liepen op straat. In het schaduwblok der huizen, tegen de wind in, wandelde ik op. Het speet mij dat zij bij vreemden moest achterblijven. Was het niet laag om van je vrouw weg te gaan, juist op een avond dat behoefte aan kamergezelligheid groot was - om aan je ouwelui een plezier te doen ? Het was de éérste maal dat ik haar als maîtres behandelde, al had ik het niet zo bedóéld. Ze zou het wel vóélen. Zij voelde alles. Koud, met een ziekelijke bekruiping van sentimentaliteit, schelde ik aan, stampte mijn koude voeten op de stoep, voelde niet het geringst verlangen één van de huisgenoten te zien. Ik beredeneerde mijzelf dat dat toch wat té erg was -- nou je ze in zo5n tijd niet gezien had, maar de onbehaaglijkheid*was stérker. - ‘Familie thuis ?5 - Wat een kléts-vraag. Hoe stom om zo uit de hoek te komen. Het paarspropere dienstmeisje knikte. Ze kende me niet. Ma veranderde elke veertien dagen. -‘Zo. Jij heet zeker Sien V - ‘Nee, Antje.’ - cZo-zo.’ - De lange, brede, klassieke gang, koud van marmer-witheid met de donker-purperen loper lag voor mij. Aan de klerenstandaard staken hoge hoeden en pelsmutsen. - ‘Daar is Alf! Daar is Alf!... Daar heb je hem! Zo ndre, nare jongen! Kom je eindelijk ?5 -‘Dag Coba... Wat ben jij dik geworden!... Dag Gér... Dag Gér... Wat zien jullie er goed uit!... Waar zijn pa en ma?5 -‘Achter.5-‘Is er visite?5 - ‘O, een héle familie!5 - ‘Hé-jassus! Het is toch veel gezelliger onder mekaar...5 - ‘Got, we dachte er jou nog al een plezier mee te doen!5 - ‘Wel dag: jonge!... Wat zie je er goed uit!... Wat ben ik blij dat ik je weer es zie...5 - Ik zoende haar op de twee wangen, mijn oude goede moeder.

Om elf uur begon het souper in de burgerdeftige ‘eetzaal5. Op het effen groen behang beten de ouwerwetse Delftse borden ronde gaten van strak-glimmend blauw. De zwart-bruine gordijnen gierlandden om het wit der hangende tules. Er stond een massief, gebeeldhouwd buffet met pullen en vazen - aan de raamkant hing een dof-zwart-omlijst stilleven van citroenen, aardbeien, meloenen en hoge wijnkelken.

Ik zat naast nichtje Tilly, slank zenuwachtig meisje, en naast mevrouw Busse, huisvriendin. Meneer Busse nóg vrolijk over zijn whistpartij, praatte met mama, had voor andere buurvrouw nichtje Jeannette, die druk met hem giechelde, wat haar man, Jules, die mevrouw Busse flankeerde,

264

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.