Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



kwartier moet het dienstmeissie bij me komme. Ik ben dól op zulke cl cola?

Toos dan gewichtig-pasjes-nemend, met het vingerhoed-dopje voorzichtig voor zich uit, bij mijn knie.

‘Asjeblief meneer en wél bekomme het u.’

‘Dank u wel mevrouw.’

‘Nee, u mot het drtnke.’

‘Ja zeker mevrouw. Het is héél lekker.’

‘U drinkt niet.’

‘Jawel mevrouw.’

‘Laat dan es kijke.’

‘Da’s niet beleefd mevrouw.’

cHé, drinkt u het nou uit, ome, het is zó lekker!’

‘Mag ik de dames ellek een slokkie geve ?’

Toos, Ka en Netje aan het proeven en Toos aan het nalikken van het grondsop. En dan weer in het hoekje bij het raam, om het serviesje, knoeiden zij verdere kopjes, zoet, gezellig-kinderlijk morsend, soms met kleine ruzietjes, alle drie met vieze bruine vingertjes en chocolade-mond-jes. Ook zaten Toos en Ka wel eens samen op mijn knieën, keek ik naar buiten naar het lange, groenloze tuintje, waar de kippenren was en de zwangere hond rondliep,vertelde wonderlijke histories van reuzen, goede koningen en toverheksen. Bijwijlen luisterde Georgine, glimlachend, keken de zes ogen naar mijn mond, kéék ik naar het kale tuintje, naar de overzijde van ramen, gordijnen, kamerende mensjes, groeide het bizarre kinderverhaal naar de fletse regenwolken, óver de vierkantlijn der daken - kleurend de avonturen van een purperrode prinses, die op een kopergroene zwaan door witmarmeren paleizen aan het dwalen was om een marsepeinen prins te zoeken op wie ze razend verliefd was.

Karel kwam wel eens op bezoek, druk, vertellend van zijn sigaren, hengelend naar een nieuwe bestelling, gekscherend over de ‘weddingschap’ bij Thomas. Zijn klein eigenbelang had hem tóch maar doen blijven bij de mensen die ons zo christelijk verjaagd hadden. Hij at er zo goedkoop. Hij sliep er zo goedkoop. Ze waren zo góéd voor hem. Eens werden we verrast door Lisy, de vriendin van Georgine, die ik in Den Haag had leren kennen. Ze had haar man ‘laten stieken, den Scheiszdreck,’ nu de varkens ‘gedresseerd’ waren, leefde met een rijk diamantjoodje. Duur aangekleed, met een mantel, die Georgine op honderd gulden taxeerde, benauwde ze een vol uur het pover gemeubileerd kamertje, dronk een half flesje port, deed verhalen van een champagnefuif bij Van Laar samen

255

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.