Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



met andere maintenees en mainteneurs.

Moos, stil, in-zichzelf-gekeerd, at de meeste middagen bij ons. Hij ‘werkte’ aan een treurspel, kwam tegen etenstijd, hol van ogen, vermoeid, speelde met Kaatje, ging weer dadelijk na het eten weg.

De langdurigste, gedeeltelijk pijnlijkste bezoeken waren die van Dirk. Op een publiek Bal-masquê in het ‘Paleis’ hadden Georgine en ik Guus bij oesters en champagne gezien met de oude bankier, die wel eens bij de Mijtelaar ‘soupeerde’. Zij was dronken. Hij, ook dronken, bevoelde haar blote armen tot onder de oksels. Achter onze maskers hadden we verbaasd toegekeken. Dirk kwam toevallig de volgende dag bitteren. Georgine was in de keuken.

‘Ben je uit de stad geweest?’ vroeg ik. - ‘Uit de stad? Welnee. Hoe kom je daar op ?’ - ‘Was je op het Bal-masquê in het Paleis ?’ - ‘Nee, Guus was niet lekker.’ - ‘Niet lekker? Wat scheelde ze?’ - ‘Maagpijn. Om zeven uur is ze al in bed gekrope.’ - ‘Zo. Heeft zij je dat verteld ?’ - ‘Ik heb haar zelf naar huis gebracht. Wat vraag je toch ? Is er wat?’ - ‘Weet je dat ik je eens op mijn woord beloofd heb, je te zullen waarschuwen ?’ - ‘ Wdt is er dan ?’ - Zijn gezicht spande in aandacht. - ‘Guus was gister dronken op het Bal-masquè met die oude zwabber Van Gooi.’ - ‘Met ?...’ - ‘Met Van Gooi, die alles kóópt, die ’r trakteerde op oesters en champagne.’ - Ge-bukt-zittend voor zijn bittertje, zei hij alleen maar dof-woedend: ‘Wel godverdomme... Wel godverdomme.’ - ‘Als er mogelijkheid bestond voor een vergissing zou ik m’n mond gehouwen hebben. Maar die mogelijkheid was er niét. Georgine en ik hebben het duidelijk gezien.’ Bleek-zwijgend, hoekte hij in de leunstoel, de ogen onzichtbaar door het glad-glimmen der brilleglazen. - ‘Ze had zich gedemaskeerd in de souperzaal... Ze was dronken... lachte akelig hard... Ik had vanavond bij je aan willen komen.’ - Roerloos hokte zijn lichaam. De brilleglazen spiegelden in het lamplicht. Ik verschoof om zijn ógen te zien-‘Wat een sekreet,’ gromde hij, hees - ‘wat een sekréét.’ - ‘Je zult verstandig doen haar af te schrijven...’ - ‘Wat schrijven!... Wat schrijven, GoddomeL. God mag ’r genadig zijn als ik ’r zie, die hóér, die hóér!’ - ‘Wees verstandiger kerel...’ - ‘Nou ik geen een te meer heb... Nou me zaak in aardappele en kole naar de gloeiende verdommenis is... Nou ik haar niet meer kan vóéren... Die hóér!... Dat sekréét!... Als ik ’r hier had! Goddome... als ik haar nek tussen m’n pote had... Godverdomme!... Godverdomme!... een man zo gemeen te belazeren!... Dat kréng!’ - Rood puilden zijn ogen achter de brilleglazen. De aderen van zijn slapen zwollen in het bleke vel.

‘Wat gebeurt hier? Hebbe jullie ruzie?’ vroeg Georgine die uit de keuken kwam. - ‘Nee, Mol. Ik heb hem van gisternacht verteld.' - ‘Waar

256

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.