ik wil u, daarom met hart en ziel vertrouwen en op u eerlijk hart en ogen ah op de lieve god bouwen
Deze letteren lieve Alfred zij zijn van uw Mol Lachll er niet om ik was met poëzie niet dol maar ik zend ze u omdat ik u bemin en deugt mijn vers niet V was maar een begin.
GEORGINE
Als je erom lacht, ben ik voor eeuwig kwaad. Dag lieve engel!... G eo rgine
Het schrift was zo goed mogelijk verzorgd, haperend, maar de eenvoud der woorden, de gouden bedoeling van dat vertrouwen als op cde lieve god5, de hele naïveteit van het vers, uitzeggende de opréchte gevoelens van het ogenblik, maakte het voor mij tot een bode van stijgend geluk. Was niet dit gebrekkig rijmsel het éérst naderkomen van de waarlijke vrouw tot de waarlijke man ? Was het niet béter, volmaakter, échter dan het sonnettengepruts van jonge dames en heren a la suite van Hélène Swarth, Perk, Kloos ? Was niet elke taalfout prachtiger kreet dan het beschaafd ziekelijk-wee getriller van hysterische meisjes ? Verlegen stond ze bij het fornuis toen ik die middag kwam eten. Ik zoende haar overal, op de ogen, op de mond, blij dat ze zo was, niet anders.
Maar om de mysterieus-gelukkige ogenblikken van nanacht, om het innige samenvloeien onzer twee levens in de kleine kamer, wanneer de stad in stenen slaap was, schokte het grote, plompe ruw-dreunende leven der anderen als een stotende kar die slijk en vuil naar de vensterruiten moddert. Met juffrouw Doedelaar was het natuurlijk na een paar weken tot een zachtaardige vijandschap geworden. Georgine beweerde dat het kiespijnmens ‘verkoeld5 was, omdat de barbier vrijpostig-dikwijls achter te scharrelen had, als ik niet thuis was, dan om een kram in te slaan, ddn om de kachel in het keukentje hoger te stellen. Vrouwen beoorlogen elkander met grappig geschut, voelen vijandelijkheden waar een man ze niet oplet. Juffrouw Doedelaar was even zuurzoetig van glimlach, even buurvriende-lijk. Maar ze kan haar ommeletpan soms niet missen én Frits was dikwijls zoek als Georgine hem nodig had voor een boodschap én de plee die zij moest schoonhouden liet ze aan Georgine over én ze klaagde als het emmertje met vuil en aardappelschillen voor de tuindeur stond én ze had al twéémaal niet kunnen helpen aan een lichte turf om de kachel aan te maken én ze had zuur gekeken omdat er een kop koffie over het tafelkleed
248