Ga d’r maar uit! Voor mij hoefje er niet in te blijve... Ga maar weer kijke naar Lilly!’
‘Lilly ?... Lilly ?... Wat wil je in Godsnaam van me?’
‘...Zo’n huichelaar... zo’n judas... Eerst in de stoel een hallef uur... en telkens wéér naar d’r toe... Ik ben niet blind, hoor!’
In het donker krijg ik ineens de visie van het portret... het kopje met de afhangende vlecht... de naakte schouders... de slangen... de handjes... de tricotbenen... A monamie Georgine...
‘Hahaha!... Malle dikkerd!’ lach ik.
‘La-me los... La me met rust!’
‘Meen je dat nou héüs, Mol!... Wees toch verstandiger... Ben je jaloers op een portret?... Kom nou?’
‘Nee. Het is uit! Lach maar met je valse lach!’
‘Toe wees niet zo opgewonde... Hoe kun je zo dóm zijn ?’
Ze snikt, antwoordt niet. Klaarwakker, met ingehouden pret, lig ik naast haar. ‘Toe nou... verneder jezelf zo niet, gezellige snuit... Met je jaloezie!... Hahaha!’
‘En tóch ben je verliefd op haar! Eerst heb je op je gemak zitte kijke - terwijl ik me broek uittrok - toen wéér es - toen je me kouse had angenome - en toen heb ik je de haarspelde angegeve - heb je weer staan kijke met verliefde ogies - toen voor je de lamp uitdraaide. - Om me zo met ópen ogen te bedriege!’
‘Schei toch uit!’ schaterde ik. ‘Ik rol uit het bed van het lachen! Wat een onnozele idioot!... Hoe hiet ze die juffrouw, waar ik verliefd op ben ?...’
‘Jij ben net zo min te vertrouwe als andere!’ huilt ze.
‘Nou-nou-nou! Het is nou wélletjes... Alles heeft zijn grenze!’
‘Met Lisy in de kleekamer in Den Haag heb je dadelijk staan kokettere -ik ben niet blind. Met zulke kleine oogjes stond je naar d’r blote arme te kijke.
En die avond bij Guus en Dirk heb je onder tafel Trees - dat del - dat kreng van een meid - angestote!’
‘Hoe kóm je op de verzinsels!’
‘Hebbie niet van d’r vorrek een uitje gegete ?’
‘Nou ja! Ben ik dddrmee ontrouw ?’
‘Als je op straat loopt, kijkje élke vrouw na!’
‘Da’s niet waar!’
‘Da’s wél waar!’
‘ Wor je nou verstandig of niet ?’
‘Ik voel wel dat ik voor jou maar een capricetje ben!’
‘Georgine! Moet ik nog langer je viéze verwijten horen ?’
240