En zal u betale de volgende week hoogachtend uw.
Dienstwilligedienaares. georgine davidson.
Op verschillende plaatsen had ze gekriebeld, met e’s of a’s gesmokkeld. Een letter die ze te veel vond had ze met haar vinger weggedoezeld. Maar het grappigst was het eigenwijs opzetten van nieuwe regels. ‘Waarom lachje?’
‘Om je nieuwe zinnen. Waarom zet je achter week een punt en begin je een nieuwe regel met Afwezig?’
Ze kleurde. Die opmerkingen had ze niet graag.
‘Staat het dan niet goed?... Weten jullie nou zo precies waar je komma’s en punten moet zetten ?... Dat vin ik nou nét zo lastig als vermenigvuldi-gen.’
Scherp en ik begonnen te lachen.
‘Hé, wat doe je kinderachtig!’
‘Zonder gekheid, vin je dat moeilijk ?’
‘Ja... onmogelijk lastig!’
‘Hoeveel is bijvoorbeeld zeven maal eenentwintig?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Kom nou snuit, hou je nou niet zo!... As je an zeven personen elk eenentwintig appelen geeft, hoeveel hebben ze dan bij mekaar?’
Geprikkeld omdat Moos erbij was, spande ze zich in met een kleur van onwil en wrevel.
‘Zeven maal eenentwintig... Da’s... Da’s... Hoor es, me hoofd staat er nou niet naar! Ik wil nou niet’ - en ze ging in grote drukte de tafel afruimen. Maar dat was een zwak van haar. Komma’s, punten en vermenigvuldigen - daar stond ze buiten. Ik vond het goddelijk - heerlijk.
Nog terwijl Georgine bezig was, werd er geklopt, kwam juffrouw Sten-gevis op bezoek. Met de kalkhanden in de schoot, gluiperig rondkijkend met de onrustige ogen, lief-lacherig - wat de vel-opbobbeling op de blauwige neus telkens weer aandikte, zat ze te informeren naar de gezondheid van Georgine.
‘Zeker kom u om geld, hé ?’ viel Georgine haar in de rede.
‘Nou d’r bepaald om kómme doe ik niet. Maar is je het heb sal het me wellekom sijn; me huur, weetje...’
‘Hoeveel weken krijg u dan ?’
‘Twee weke. Meer niet en dan een rokkie van sestig cent, voor het kind.’ ‘Hoe gaat het met Tosie?’
‘Nou je moeder was vanmiddag bij me en die het haar gesien. Se het nog wat nahoeste van de kinkhoes... Geen brief van je man, wat ?’
224