‘Nee, hij zendt tegenwoordig helemaal niks.5
‘Wat een rare swabber toch voor een getrouwde man.5
‘Wil u een koppie thee?... Het geld zal ik morrege of overmorrege wel
brenge.5
‘O best, hoor. Niks geen haast hoor... Ja een koppie thee lus ik wel.5 Georgine zette thee in de keuken. Bij de lamp zat juffrouw Stengevis met de kalkhandjes in haar schoot, dlles bekijkend zonder evenwel iets lang aan te zien. Ze probeerde met mij in gesprek te komen, maar dat lukte niet bijzonder. Vies-lachend, alsof hij moppen aan het vertellen was, luisterde ze naar Scherp, die het over de Aureus libellus had.
‘Woon je hier prettig, Ka ?5 zei ze dan, lieverig.
‘Nóu!5
‘Maggie met een woord spreke?5 ‘Ja, moeder.5
‘Zo is het goed. - Niewaar meneer!5
Ik gaf haar geen antwoord. Oude rancune. Dat vóélde ze.
Voor het allereerst zag ik het hoekig, kamerbleek gezicht zónder lach, zónder vies velbobbelen rond de blauwige neus, zónder zoet vertrekken der sneetjes-lippen. Ze leek zo precies op een afgeleefde, ziekelijke koppelaarster, die ik wel eens in de Nes gezien had - precies dat vermoeid-glui-perige, dat grotegebitachtige van een jakhals bij een rottend kreng. Scherp begon de krant te lezen die Frits binnenbracht. Ik leunde slaperig in de leunstoel.
‘Hier is de thee... Koud, hé ?5 vroeg Georgine.
‘Nou... En een Sinterklaasdrukte op straat!... Je mag Tosie wel wat sende
hoor... Se set elleke avond d5r schoentjes uit.5
‘Binnen!5
Dat was juffrouw Doedelaar met een kiespijndoek om.
‘Maggik Kaatje al meenemen, juffrouw?5 ‘Nou-ou eerst thee, mamma.5
‘Netje legt al in bed... Wil je met Netje same slape?... Da5s lekker, hé?... Same warmpjes onder de wol... hé ?5 ‘Maggik, mamma ?5 ‘Als je zoet ben.5
‘Hé, heerlijk! Hoor u ome Alfed... Ik mag met Netje same slape... Geef u nou gauw me nachtpon mamma! Hè heerlijk!... Hoor u, moeder, ik mag met Netje same slape!5
‘Heb u nog altijd zo5n kiespijn?5 vroeg Georgine. De barbiersvrouw bevoelde tragisch de kiespijndoek:
‘O, juffrouw vreselijk.5
225