Isaac nou een jood en geen plezierig mens: hij verdomde het om ’t mee an te zien dat z’n zwager zo verneukt werd. - En wat of zij an d’r moeder geantwoord had? - Zij had gezegd dat ze van me hield en dat het haar niks kon schelen wat Jan dee. - Maar wie boter op z’n hoofd had, die most niet in de zon gaan staan, had ze gezegd. - Want die Door die was zwanger van Jan en daar probeerde die nou van af te kommen. - Dat was wel waar had d’r moeder gezegd, maar Jan was in elk geval een vrije jongen en zij was een getrouwde vrouw met twee kinderen. - En of ze d’r zeker van was dat ze op me rekenen kon, als d’r wat gebeurde ? - En toen had zij ja gezegd, maar die gesprekken hadden ’r zo zenuwachtig gemaakt en of ik het nou heus met d’r meende, en het geen scharrelarij van me was - want dan sprong ze de Amstel in. Ik zoende haar tot bedaren en met nog natte ogen, ging ze voort met het stampen van de boerenkool. Het was een heel rustig-gezellig middagmaal. De honden boven piesten niet en er kwam geen verstoring, Moos kalm-bleek had het over Thomas a Kempis. Kaatje snapte over haar vriendin Netje, die nou al elke avond d’r schoen voor Sinterklaas uit-zette. Georgine was ongerust over die man van Singer, die ’s morgens geweest was. Ze had de Singer machine op afbetaling gekocht. In het kontrakt stond dat elke naaimachine het eigendom van de maatschappij bleef, zolang die niet afbetaald was. En ze was zo stom geweest om ’m naar een lommerd te brengen -of liever d’r vader had het voor haar gedaan, toen ze in geldnood zat. Als die inspecteur morgen terugkwam of overmorgen en die de machine moest zien, kreeg je de poppen an het dansen. - D’r stond gevangenisstraf op. Of ik nou niét wou dat ze vier dagen met Piet Brams - ik kende hem toch wel, het was die komiek, die Piet uit Den Haag - op reis ging? D’r vader had ’t nou toch eenmaal aangenomen en veertig gulden was geen kattepis. Zaten we toch al niet in de zorg door de dubbele huur? Dan kon zij de machien inlossen. Over een paar weken was ze over d’r tijd en was ze de machien kwijt. Nee. Daar hoefde ze nou niet meer over te spreken. Ze was nou juffrouw of mevrouw... wat ze maar hebben wou... Spier en meneer Spier liet zijn vrouw niet meer alleen op reis gaan én zeker niet om café-chantant ponshoer te zijn. Ik wou wel ergens geld zien te krijgen of anders wat meubeltjes verkopen. Als ze maar hielp herinneren. Ze dee nou wijs met een briefkaart aan Singer te schrijven, die zou ik haar wel dicteren. Frits moest een briefkaart halen en Georgine schreef. Toen ze klaar was liet ze het lezen, zag ik wat ze ervan gemaakt had:
Weledele heer ik ben de gehele week.
Afwezig daar ik uit de stad moet.
223