Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



is een zindelijk kind, niet?’

cNou - béter is het, als kinderen apart slapen, maar nou de juffrouw Ka toch elke morgen voor de school aankleedt, zal Ka minder kou vatten, als ze niet in d’r nachtpon over het portaaltje heen moet.5 cKom je zitten?’

‘En d’r is iemand van Singer geweest...’

‘Van Singer...O.’

Ze deed de alkoofdeur dicht en we begonnen te ontbijten. Een week ruim woonden we hier, zonder incidenten.

De barbier Jacob Doedelaar, praatziek en opdringerig-beleefd, had geen gewetensbezwaren gehad, toen ik hem ruiterlijk zei dat we niet getrouwd waren, dat Georgine van d’r man ging scheiden. - ‘Mein vrouw en iek,’ zei hij, ‘hebben drie jaar samen geleefd voor wij getrouwd zijn.’ Wij bewoonden de kamer en de alkoof, gelijkvloers, grenzend aan de winkel, zij de benedenverdieping. We hadden niets met elkaar te maken. Naast de kamer was een kleine keuken, die wij voor ons gebruik hadden. Zij kookten hun eigen potje, beneden. Beter kon het al niet.Vrijheid. Geen gescharrel van vreemde mensen over de vloer. Georgine, die ik nog niet anders gezien had dan als café-chantant-zangeres, was hier in die éne week zo reusachtig veranderd, dat ik haar haast niet herkende. Ze was weer net, zei ze, als in de eerste huwelijksmaanden met die andere man, ze voelde zich typisch burgerlijk huismoedertje, maakte alles zelf schoon, de kamer, de alkoof, de keuken en kóókte zelf. Juffrouw Doedelaar mocht niets doen. Die wou ze niet zien. Ze ging met haar om als met een vriendelijk-babbel-grage buurvrouw, maar aan de keukenkast mocht zij niet komen. Ellek z’n eigen huishoue.... ellek voor zich... dat bleef’t langst vrinde... Lachend zag ik alles gebeuren, die woedende ijver voor een blankgeboende keukenvloer - dat geplas met water - die vreemde kamerhelderheid -die grinnikende regelmaat van opstaan - op tijd eten - op tijd thee - op tijd koffie - op tijd naar bed. - De vierde dag beweerde Georgine dat ik dikker begon te worden en nooit sterker dan in die rustige dagen heb ik gevoeld de walg, die aan een vervettende hangbuik vastzit. Maar het wél verzorgde lui-leventje was zo kwaad niet. Voor een man is het héél gemakkelijk als een vrouw zijn dienstmeid is. De mannen hebben de vrouwen in de góéie richting opgeleid. Er is geen huisdier op de wereld béter gedresseerd dan de vrouw.1 Bij dit al huiselijk gedoetje van schoonmaken, wrijven, poetsen, plassen was Georgine van een verwonderlijke gelukkige blijheid. Als ze op de grond lag met een boezelaar voor, een wit jak aan en onopgemaakte haren - als ze de borstel in de pot met groene zeep stak en het houtwerk in een goorschuimend sop zette, zong ze met opklaterende,

211

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.