‘Most ie niet voor z’n broek hebbe, mijneer, dattie al naar die meiden geweest ies, mijneer ?5
‘Laat jij dat maar Frits - daar ben je nog te jong voor. Als je aangestoken raakt is het te laat,5 zeg ik, kort.
‘O zo - Dat zeg iek hem ook •- een sjanker of een Spaanse kraag, niewaar Frietz?5
Verlegen - angstig, met een ongelovig betweterig gluren van de waterige ogen, kijkt Frits, die de grond schuiert en de haren met het stof op een hoopje veegt, zijn baas aan.
‘Nou ja!5
‘Wat nou ja?... les het niewaar, mijnheer Spier?... Geef de karetjestang ies an Frietz.5
Netjes drukt hij een gaatje in het abonnementsboekje.
‘Vlammetje mijnheer?5
‘Nee ik moet nog ontbijten. Mórge.5
‘Mórge mijneer.5
In de achterkamer is Georgine bezig het bed in de alkoof af te halen. De tafel is gedekt, het kind is naar school.
‘Weet je wel, Alf, dat we voorzichtig met prate moete zijn ?’
‘Hoezo?5
‘Het is verschrikkelijk gehorig. Ik geloof dat ze in de winkel elk woord
kunne verstaan, wat we 5s morgens in bed spreke.5
‘Dat weet ik wel. Ik waarschuw je dikwijls genoeg.5
‘En benede kunne ze helemaal alles afluis tere. Toen jij gister met Ka an
tafel zat te prate en ik effen beneden was om wat water te hale, kon ik
jullie duidelijk verstaan.5
‘Ik praat altijd zachjes.5
‘Onzin, jij vergeet het net zo dikwijls als ik.5
‘Het is hier een prachtige inrichting. Kijk es hier. Begrijp je nou waarom je alles horen kan, wat ze in de barbierswinkel praten ?5 Een stukje behang had ik met mijn zakmes opgelicht. Het behangsellin-nen was voor twee glazen deuren gespannen. De winkel, de alkoof, de achterkamer waren drie kamers en suite. Heel handig hadden ze de deuren bedekt met behangsel.
‘Ze zouen zó in de alkoof kunnen komen.5
‘Wel nee. De deuren zijn op slot en an onze kant staat er een wastafel voor.5 ‘Toch niet heel veilig, vin je wel ?5
‘Malligheid. - Is de koffie klaar? - Hij vroeg of je d5r wat op tegen had, om de kinderen samen te laten slapen.5
‘Samen ?... Da5s wel goed, hè?... Ze legt zo alleen in de gang en die Netje
210