Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Een kwitantie van een ring ? - o ja - o ja.’

‘lek heb gezeid dat u niet thuis was. Heb iek goed gezeid ?5

‘Welnee - Laten ze maar na enen komen. - Als ik tot drie uur werk,

ben ik voor twaalf voor niemand te spreken.5

‘Dat ies recht. Heb u de bovenbuurman hore thuiskomme?5

‘Ja, die was weer smoordronken.5

‘Dat moet u mein niet kwalijk nemen. lek kan er nieks aan doen. lek heb

er al zoveel an geprobird en de polizei erbij gehaald, maar bienenshuis

kan de polizei geen end ans skandaal make.5

‘Hindert het u niet, als we 5s nachts wat laat visite hebben ?5

‘O volstrekt niet. Mijn vrouw zegt datte de tweekienderen maar samen

moesten slapen. Die houen toch zoviel van elkander. Net twee zusjes,

vien u niet ?5

‘Ja. Netje is een lekker kind... Ik zal het eens an mijn vrouw vragen.5 ‘Niewaar? Ze kunnen best samen slapen. Dan hebben ze het allebei warm en die kienderen zijn zo voor gezelliegheid - Mein hoend moet over een paar weken joengen - lek heb aan die joeffrouw een van die joengen beloofd.5

Hij wrijft het mes op zijn handvlakte en begint me te scheren. ‘...lek denk, dat ik mein kiepen opruim... Tegen den wienter worden ze geregeld ziek... De tuin liegt op het noorden... De haan heeft nou al zó een diek gezwel aan zein kop en twee kiepen hebben het snot... noemen ze dat zo niet in het Hollands?... Even niet praten... Frietz wat sta jij nou bij het raam ?... Gooi die kom eens uit... Die joenge ies nog zo lui mijneer... Niewaar Frietz?5

Frits, de barbiersjongen, lacht sullig in de spiegel aan de overkant.

‘Als die maar eerst naar die meiden geweest ies - zal die wel opknappe niewaar Frietz... die meiden zullen het foet er wel ienbrenge, niewaar Frietz?’...

‘Ik ben al bij de meiden geweest,5 zegt de jongen driest, nou zijn baas zo familiaar met hem spreekt.

‘Zo een broekie van vijftien jaar... Hoe hebbie het dan gedaan Frietz?... Effen stilzitten mijnheer.5

‘Nou niét zo as de hondjes,5 lacht de jongen in de spiegel, terwijl hij een zeepkwastje uitspoelt.

‘Héhéhééé! Zo aap van een joengen - hoor u dat mijneer... Bij oens ien

Duisland fieken ze niet voor ze achttien zein.5

‘Nou - we binne hier niet in Moffrika5 - lacht Frits weer.

‘Nog eens óverscheren, mijneer ?5 ‘Nee-zo is 5t goed.5

209

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.