Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Sla jij maar door, sla jij maar door,5 huilde zij, ‘en denk je dat ik in zo5n huis een seconde alleen wil blijve. Wil je hebben dat ze me beledigen, als jij niet thuis ben ? Nee, ik blijf geen uur langer hier, geen halfuur!5 ‘Ik sta op mijn recht!5

‘Ach, wat doe je met récht! Ik als vrouw kom toch telkens met die vrouw en met die man in aanraking!5

Er viel weinig tegen te redeneren. De omstandigheden waren anders geworden. Ik moest aan haar denken. Als ik uit móést, wat dan ? Nee, het was hier onmogelijk geworden. Die beroerde Karel! Die lammeling! Net klopte die an. Of ik nou maar niet wou opspelen, want Thomas had hem gezegd, dat ie geen ongetrouwde paren in huis nam al kon die d5r goud mee verdienen. En tegen zijn vrouw had ie zó5n bek opgezet, dat ze in een toeval lag. Je hoorde haai het hele huis door gillen!... Of die helpen wou an de koffers? Hij had zijn kamer ook opgezegd. Hij verdomde het ook bij zo5n lamstraal van een vent. Voor zijn part kreeg die Thomas een afgedriedubbelde kouwe koorts. Georgine lachte om de vervloeking. Voor haar part zonk die in de grond. En dan Karel weer: voor zijn part kreeg die een steenpuist op elk plekkie waar die op wou gaan zitten. Van de zolder sjouwden we de koffers naar beneden. Raar, nog geen vierentwintig uur hadden ze er gestaan. We dachten er niet aan af te ontbijten. Op het bord van Georgine lag een boterham met één hap erin, op het mijne lag een half sneetje met kaas. Ka zat onbewogen hapjes te bijten uit het stukje koek. Ik nam het goed uit de linnenkast, Georgine lei het ordelijk in de gapende koffers.

‘Wat heb je een mooie broeken, Mol,5 schertste ik.

‘Maak nou geen gekheid... Pak die doos voorzichtig an. De bodem zit er los in... Heb je alles... Het kastpapier óók en de kastranden ?5 ‘Laat die maar liggen.5 ‘Nog geen kruimel schenk ik ze.5

Karel hielp haar mee aan de andere kasten, terwijl ik de platen weer begon af te nemen - De Saxoléine dame van Chéret, de prenten, het boerinnetje van Veth, Steinlen. Kaatje stond naast me met het doosje, pakte de punaises an. Er kwam weer ruimte voor Willem II en Willem m in hun oorlogsgewaden, voor Rebecca met de schone voetjes, voor de heilige Jozef, de loopse Potifar, voor de lieve herderinnetjes, de lucifershanger en voor fatsoenlijke mensen.

‘Is er niks meer... niks ?... O, de wastafel nog én je toffels onder het bed... Pak es an... Rol de zeep in een stukkie papier... Kijken jullie nou allemaal nog es rond... Niks vergeten?5 vroeg Georgine. Van benee krijste harder gegil der dame in toeval.

206

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.