Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Ik wil de juffrouw niet beledige, maar zülleke getrouwde mense als u, wil ik niet in mijn huis - en dus kort en bondig vóór vanavond.’

‘Wie heeft er hier wat te kommandere, jij of ik ? Ik heb de kamer gehuurd voor een maand, heb tien gulde vooruit gegeve en daarmee basta.’

‘Mijn vrouw heeft geen recht...’ cO gebruikt u zulke streekjes ?’

‘Streekjes ? Streekjes ?... Ik weet niet of de man van de juffrouw...’

‘Als je nog een woord zeg,’ adviseerde ik, ‘smijt ik je van de trappen, versta je!’

‘Hou je kalm Alf, hou je kalm,’ smeekt Georgine.

‘Ik ben niet degeen, meneer, die met grofheden begonnen is,5 zegt Thomas verstandig, ‘ik zeg u alleen de kamer op en uw tien gulden kunt u terug krijgen na aftrek van de kosten van gister en vandaag. Da’s nét en fatsoenlijk, nietwaar? Maar de koffers moeten vóór zés van de kamer.’

‘Zo ? Nou daar denk ik niet an. Mijn vrouw en ik hebben gehuurd en we blijven. We hebben eerlijk aan uw vrouw gezegd hoe de verhouding was. ‘Nee mijnheer. Dat heb u niet en al had u het, ik wil zo een schdndelijke verhouding niet onder mijn dak.’

‘Daar zal ik toch geen notitie van nemen, waarde vriend. Als u denkt dat ik uw kwajongen ben, dan bedriegt u zich,’ zeg ik. De eerste woede is gaan liggen. Kalm, vriendelijk, sarrend begin ik hem te antwoorden.

‘Geweld is niet in uw belang,5 zegt hij nu driftiger.

‘Och goeie man dat zou ik je helemaal niet anraaien. Je ben hier ploertig komen binnenvallen en denkt mijn vrouw en mij af te blaffen, en dat lukt je niet.’

‘Dat zullen we eens zien. Vóór zés uur heb ik gezegd.’

‘Je kunt mij de bout hachelen,’ zeg ik rustig.

Dit schone argot schijnt hij niet te begrijpen.

‘Ik zal gotbeterme van me huis een rendez-vous make!’

‘Mag ik u beleefd verzoeken op te rukken ?’ inviteer ik, glimlachend. ‘Vóór zes uur of ik laat de juffrouw door de politie...’

‘D’r uit godverdomme! D’r uit, verdomde ploert!’

Hij was al buiten toen ik pas voorbij de stoel van Kaatje was. Georgine zat te huilen, verweet me dat ze me gewaarschuwd had, dat het mijn schuld was, dat ze binnen een uur d’r boel zou pakken.

‘Néé. Dat zul je niet!’

‘Dat zal ik wel!5

‘Denk je dat ik voor zo’n kerel an de haal ga? Ik heb voor heter vuren gestaan. Verrekken kan die. En zijn dreigementen daar lach ik om. Ik heb Karel voor getuige en z5n vrouw zal ik op een eed vergen...5

205

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.