Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



wederzien, arm slachtoffer der jaloersheid, uop de knieën om genade smeken en dan, ha,    wereld scheidenIk stoorde haar niet in haar lectuur,

ging weer over haar zitten, ongestoord in het beetje ritmisch proza dat wonderlijk te gelukken schéén, wonderlijk soepel, geluidrijk werd. Dan weer na zóveel zinnen, luchtig op-en-neer wandelend, leunde ik achter haar stoel. - Het ongelukkige meisje was binnen de kamer achter de veranda gevlucht., menende misschien zich hierdoor aan de afschuwelijke tegenwoordigheid van Misri te onttrekken. Het opperhoofd heeft de vlucht bemerkt; een afgrijselijke grimlach plooit zijn lippen; men kan de woede op zijn terugstotend gelaat lezen... Bij zijn verschijning werd de maagd geweldiggeschokt’, zij werd doodsbleek, het koude zweet brak haar uit; zij slaakte een tweede gil en deinsde achteruit tot in het diepste der kamer.

Tegen elf uur kwam juffrouw Thomas vragen of er nog iets nodig was -of ik de schoenen voor de deur wou zetten, wenste een aangename nachtrust. De stilte in de kamer werd volkómener. De klok rikke-tikte, het dopje boven de lamp schommelde knerpend aan de haarspeld. Op een vierkant wit porceleinen komfoortje met lichtlijnen van herderinnetjes en schapen, klokte de koffie. De platen van Chéret, felrood, roze, blauw en eigeel, brandden op het bloemetjes-behang. De linnenkast properde in haar brede-vakken-geglim. Het boerinnetje van Jan Veth keek helder-naïef naar de liedjeszanger van Steinlen, vlammend schitterden de nieuwe punaises.

Georgine altijd nog aandachtig gebukt over De lotgevallen van de blanke slavin of De geheimzinnige drama's in Afrika*s Wildernis, schoof van tijd tot tijd, zonder op te kijken, de hand naar de koffie, kraste de kop over het bakje om de druppels van het voetbad te laten weglopen, nam een slok -doorlezend, doorlezend, schoof de kop weer naar het bakje, hield hem een paar minuten halfweg, gestoord als ze werd door een pakkende zin, zette hem neer met een even zuchten van wakkerworden. Alleen het gekuif van het blonde haar en een tipje van de neus waren te zien. In de verte buiten, sloeg een hond aan en wat zwak stemgeschuifel lauwde van straat op. Als ik dan stil zat en probeerde de intimiteit, de nog vréémde intimiteit, van de kamervoorwerpen te doorvoelen, was er weinig vijandigs, weinig dat al niet ingeschaduwd stond in herinnering. Sommige ogenblikken leek het alsof ik méér zo gezeten had, alsof er niets nieuws was aan dit schrijven bij de lamp, met Georgine over me én de rust en de glim-vlekken op de linnenkast én de trijpen stoelen én het klokjesgetik én het ritselen van de lampdop aan de haarspeld én het schokjes-ploffen in de buik van de koffiekan. Sommige ogenblikken doorleefde ik het herhaaldelijk, was er zachtjes-krauwende warmte in mijn keel bij het herkennen

198

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.