Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Nou-ou vanmiddag toen ik met Kosie speelde.5

c Malle meid, geloof je nou wat de juffrouw zegt? Die houdt je voor de

gek... Ome Alfred gaat strakkies weg en as je dan zoet slape gaat en niet

huilt komt mamma je hale.5

‘Heeft ome Alfed een eigen huis ?5

‘Natuurlek. - Ga nou slape. - Niet zoveel vrage!5

‘Ja mamma.5

‘Zeg nou je gebedje.5

Lachend naar ons kijkend begon ze: ‘Onze vader die in de hemelen zijt...5 Wat een pracht van een kind was het zo, met het kleurtje van opwinding, het gebrabbel van het gebed, terwijl de schitterende oogjes niet van ons af waren.

‘Zo goed mamma?5 ‘Heel goed. Dag snoet.5 ‘Dag mamma.5

En dan moest ik haar zoenen - nee zó niet - nét zoals mamma.

In de voorkamer maakte Georgine zich ongerust over het praten van het kind. - Als ze zo iets zei waar d5r moeder bij was of dat pestwijf van Sten-gevis, had je de poppen an het dansen. Ik had makkelijk lache.

Juffrouw Thomas zette thee klaar, haalde Willem n, Willem m, Rebec-ca, Jozef en de vaasjes weg. Alléén in de stilte der kamer, over elkaar, bij de thee, die te zingen stond, alleen over haar, zo ze zat met goudplui-mingen kransend om het hoofd, en met het brede verschiet van de lange avond, die als een lichtblauwe koepeling voor me lag, voelde ik voor het eerst in de leegte der jaren, dat ik lééfde, dat het leven én hoger én schoner was dan triestig-lange maanden van zwarte eenzelvigheid het gedroomd hadden. Na de thee werkte ik. De zinnen gleden zeker en rustig op het papier, uitvloeiend de lichte stemming van het ogenblik, wiegelend op klokjes getik, op de licht-grijze, ver-wijde zee van geluk. Georgine las. Toen mijn bladzij vol was, keek ik over haar schouder, zag een hele reeks zinnen als: - Arme onschuldige maagd... ik heb u in het verderf gestort... en dat alleen omdat gij mij niet bemindet. - Dan gloorde een straal van manhaftigheid in zijne ogen en vastberaden zeide hij:6Ik heb gezworen., ik zal mijn eed getrouw blijven. Ik zal trachten goed te maken wat ik zo lafelijk misdaan heb. Verder dus! O! al ben ik thans alleen, ik zal mijn doel bereiken of ..sterven? En weer een eindje verder: - Hij boorde de ijselijke stem der wroeging in zijn binnenste roepen: Rampzalige, gij zult leven, geen genade voor u; wilt gij vergeven worden, vervolg dan uwe weg. En hij ging verder, maar in welke staat: Het hoofd naar de grond gebukt, stapte bij niet, maar sleepte zich voort. Bij tussenpozen beurde hij licht het hoofd op en, immer met betraande ogen^ fluisterde hij: - Nog eens wil ik u

197

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.