zo góddelek.om van die stapels goed te hebbe... En da’s de kast voor de klere. Zie je, jouw chamberloek hangt er en je toffels staan eronder. -Wat gezellig hé - Wat góddelijk gezellig.- Da’s een rommelkast. Die hoeje-doze zal ik nog een ander plaatsje geve. - Maar je mot wat meer goed van je zende. Een bóél goed in de kaste staat zo gezellig. - Ik heb an de juffrouw gezegd dat jouw koffers nog ingepakt staan, begrijp je ? Ze keek zo raar omdat ze geen goed van jóu zag. - Kijk nou de slaapkamer es. -Wat lekker, hé? Ik heb twee handdoeke voor jou gevraagd en een grote teil voor een zitbad. - Wat goddelek, om nou es een hele nacht bij elkaar te zijn - de éérste, hé? - de éérste nacht als man en vrouw, hélemaal. -Die juffrouw Thomas is een tref. Daar boffen we mee. Ze speelt mevrouw voor en mevrouw nd... Ik heb haar een nieuw lint van me gegeve. Da’s wel goed, hé ? om haar te vrind te houe...’ -
cNiet zo hard van stapel lopen,’ vermaan ik wijs, ‘het is beter om Pijp-juffrouwe op een afstand te houen. Ze worden vanzelf wel eigen...’
Op de wiebelende trijpen stoel sta ik en licht een prachtige prent van wijlen juffrouw Thomas’ papa uit de haak. Willem n en Willem iii glimlachen zeer welwillend naast de schone inscriptie Eerelid der Nederlandscbe Boekbindersvereentging. Hare Majesteiten komen op de grond te staan en de plaat van Chéret: de Juffrouw met de lamp kleurt ineens de héle wand. Georgine kijkt op een afstand of hij recht hangt, Kaatje houdt het doosje met de punaises bij mijn kuit. ‘Nee een beetje hoger. Nog een beetje. Nou hangt ie recht. Neem nou geen punaises in je mond, Alf. - Prik je niet. - Niet zo hard erop douwen. - Als ie doorschiet doet het een geméne pijn.’
Dan wordt de stoel verzet, die telkens in zijn achterste poten zwikken wil, houdt Georgine hem bij de leuning, mij bij een broekspijp en staat het kind erbij, heel voorzichtig met de punaises in de handjes en met grote droom-aandacht kijkend naar mijn bewegingen, naar de platen. Georgine is angstig omdat ik een smachtend-gelikte voorstelling van Rebecca, Rebecca met schoon-wassen voetjes én een kopje van een Franse modeplaat naast Willem II en Willem lil op de grond zet. Of juffrouw Thomas er niet kwaad om zal zijn ? De kamer begint er anders uit te zien. Jammer dat vervloekte behang met misselijk roodbruine blommetjes. Het pendant van Rebecca: Jozef in kuise houding Potifar ontvliedend, komt bij Willem II en Willem lil en Rebecca op de grond te staan. Een kleurige prent van Steinlen, kerels en meiden uit het volk, die naar een liedjeszanger luisteren, doet er duizendmaal frisser. En wat meer van die burgermans vunzigheid, als twee herderinnetjes op een driehoekje, een lucifershanger van papier-maché, een grijs vaasje met een goedkoop
191