‘Ja jij!’
‘Wel alle-jezis!5
‘Jij ben nogal een liefje om je zoveel te laten zeggen als er niet wat achter steekt!’
‘Roep 5r dan binne! Roep 5r dan binne.’
‘Dat zal ik wel late... Jullie smoezen de hele dag... Uit jullie gelieg is toch niet wijs te worden.5
‘Lieg ik ? Lieg ik ? Dat zal je me niet tweemaal zegge!5 zegt Guus, opvlie-gend.
‘Hé, Guus, wees nou niet zo kinderachtig!5 ‘Hé, Guus, wat ben je flauw!5 ‘Zoene jullie elkaar nou af!5
Maar met een zenuwachtige, onaangename koppigheid, rommelt ze in de alkoof, trekt haar mantel aan, pent de hoed in het haar.
‘Kom nou, Guus.5
Dirk zit half-ingebogen, wat aangeschoten, op zijn stoel, als met een deuk in het zware lichaam, verroert zich niet. Karel probeert Guus tegen te houden, lacht, trekt de pen weer uit haar hoed... ‘Maak nou geen geintjes, Karel... Laat me los... Die beroerde pestkop... Ik zal hem leren as die zegt dat ik lieg!... Ik liegen!... Je ziet me niet weer terug, hoor je!... Ik ben jouw kwaje meid niet... Stront voor dank!... Da5s nou je dank, dat je zo gemierd heb voor een souper!... Da5s voor je jaardag!... Als anderen d5r bij zijn heeft ie altijd wat... durft ie... durft ie... die lafbek... Ik ga weg... Bonjour!... Dag Trees!... Dag Spier!... Nee laat me hand los, Spier! Ik verdóm het! Het spijt me voor jullie... Bonjour!... Bonjour!5 ‘Kom hou d5r nou terug,5 zegt Karel. ‘Wees jij nou de wijste, Dirk.5 ‘Laat ze maar gaan,5 zegt hij met een resolute magerte op zijn gezicht, met een walg in de ogen, terwijl de deur achter Guus dichtvalt... ‘Ik ben beu van d5r herrie. Ze liegt en dat vóél ik. Zij en Duif verneuke me. En nou mot het maar uit zijn.5
‘Voor één nacht,5 lacht Karel, ‘morgen koekeloeren jullie weer.5 ‘Wel ja,5 zegt Trees, ‘jullie benne nou wat moe en wat vervelend. Elk huis heeft zijn kruis. Je heb gelijk. Die Duif mot Moos niet uitschelden.5 ‘Nee,5 zegt Dirk, ‘nou is het uit. Als ik zeg dat het uit is, is het uit. Het komt van haar niet te pas om telkens weg te lopen,5 en sterk door zoveel getuigen, sterk door het gesprek in de vooravond, vervolgt hij me aankijkend: ‘Ik zal nou es tónen, goddome, dat ik wil heb. Laat ze nou maar bij d5r moeder blijven!5
‘Hahaha!5 lacht Karel, ‘om zes kistjes sigaren wed ik dat ze morgen...5 ‘Nee!5 schreeuwt Dirk inééns met een losbarsting van woede en om zich
189