weest met een moppie op d’r schoot en dat de conducteur d’r niks van gezegd had. - Ik zeg: dan zallie het niet gezien hebbe. ...Dat heeft ie wel, zegt ze: hij zei nog wat een lekker beesje heb u daar. Nou, zeg ik: ddn was die vent bezope. Heb ik gelijk of niet ? Toen begon het lieve leventje. Zij wóu gelijk hebbe. Zij móst gelijk hebbe. Trees had es met een fox op d’r schoot gereisd. Ik pisnijdig. Als Trees dat vertelt, zeg ik, liegt Trees net zo hard als jij, of al de conducteurs zijn bezope. Is dat waar of niet? Toen zij mij uitgescholde voor fluim, ik haar voor weet ik wat. Ik dacht: morgen ben je jarig - ik zal het maar eerst goedmake en ik ga d’r tegen half twaalf hale an de schouwburg. Guus weg. Ik naar De Slok, naar de Snelle. Guus nergens. An kennisse gevraagd. Niemand Guus gezien. En dan lache die beroerlinge zo raar als ze je antwoorde, net alsof ze het wéte en je niet verraje wille. Ik naar me kamer. Geen Guus. Naar d’r huis en wachte en uitkijke en me verstoppen in een portaal. O, goddóme, god-dóme als ik ’r ooit betrap sla ik ’r met d’r hersens tegen de keien, bega ik een moord, een móórd, magge ze me voor me leve in de kast stoppe!’ ‘Zachies wat, Dirk.’
‘Niks gezien hoor, niks, niks... Vanmorgen kwam ze om tien uur bij me, kroop in me bed om zich te warreme, zei... <weet je dat ik jarig ben, Dirrek). En toen lag ik als een hond naast ’r, zoende ’r, was zo blij alof er niks gebeurd was. Al wat ze geschreven hebben over vrouwe is drék, drék... An een vrouw heb je geen houvast... Weetje wat een vrouw is! Een vrouw is een sprenkel. Met je poot zit je erin vast en kunt wachten tot je verrekt!’ ‘Haha! Hahaha! Da’s Strindberg overtroffen.’
‘En jóu spreek ik een jaar later.’
‘Je vergeet beste jongen dat Georgine dnders is dan Guus en ik anders ben dan jij.’
‘Larie. We zullen zien. Jij bent er nog niet. Ze zal je wel an een draadje binde, je late vliege zover als je wil... Als ik een jongen een meikever zie martele, denk ik altijd: zo is nou de vrouw.’
‘Heb je nóg meer beelden, idioot ?... Zou je niet beter doen met vérder te studere... Niet dat een titel zoveel béter is dan een aardappelzaakje, maar je leven lijkt wat welbesteder.’ cM5n kop staat er niet na.*
‘Dan train je je een paar maande.’
‘Dat gddt niet meer. Zeven jaar heb ik over me kandidaats gedaan, toen een jaar niks, toen op kantoor bij een neef, die me compagnon wou make als ik met die meid - zo noeme ze d’r - brak - toen twee jaar in de aard-appele... Ik heb geen moed meer om alles te gaan bijwerke... Ik weet er geen bliksem meer van... Je raakt het zo gauw kwijt... Als ik nou weer
177