Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Nee, dat gaat niet. Zolang ik getrouwd ben, gaat dat niet!5 ‘Waarom gaat dat niet?’

‘Nee dat durf ik niet... En al jouw buren, die weten dat je niet getrouwd ben en het kind dat zo’n leven maakt, terwijl jij zit te schrijve en als de artieste me nodig hebben - wellek adres mot ik dan opgeve? - en het schandaal voor jouw deur als me man es mocht overkomen óf van z’n femelie hier in de stad - en zo’n vieze boel bij jou, hahaha! Mot ik koke op dat ene stel en in je twee pannetjes ? En je afgeklove messe en je beschimmelde laarze in het gootsteenkastje en je kom waarin Scherp zich wast en waarin je de borden schoonmaakt en dat vuile hemd waarmee je afdroogt! Hahaha! Nee, inwone dat doe ik niet... Denk es an me ouwelui... en an me broer, die me toch al niet aanziet omdat ik met jou loop!’ ‘Jouw broer! Vraagt ie of het naaistertje dat ie op een kamer gezet heeft, of die familie heeft ? Waar bemoeit ie zich mee! Laat elk voor zich zorgen! Zoals we nu leven wil ik niet langer. Jij moet je niet voelen als een vrouw die iets verkeerds, iets slechts doet en ik wil niet zijn één in de rij van de ploerten die jij heb leren kennen. Begrijp je ? Waar is je arm ? Hóór je me niet, Mol. Ik wil gearmd lopen.’

‘Nou-nou, driftkop!... Maar samenwone in jouw huis gaat niet, gaat nóg niet.’

‘Goed. Best. Maar ddt binnensluipen in mijn huis wil ik niet meer. Jij moet je niet meer vernederen. Dan zie ik je voortaan liever alleen in genschap.’

‘Is dat een anlopie om van me af te komme ?’ vroeg ze ongerust. ‘Georgine, wees toch niet altijd zo klein!’

‘Dan moetje zulke dingen niet zegge. Wie zegt dat nou! Wil je liever van me af! Zeg het dan ruiterlijk!’

‘Daar dénk ik niet aan. Maar dat sluwe, bedekte gescharrel wil ik niet langer. Da’s toch wel een bewijs dat ik eerlijk ben, niet? Heb je strakjes niet zelf geklaagd over de juffrouw met de scheve nek, die jou door het spionnetje zit te beloere en over de bovenbuurtjes die uit d’r raam hangen? Jij bent mijn vróuw en mijn vrouw laat ik niet langer op de stoep staan.’

‘Goed en wel, maar dat doe ik nog liever dan inwonen... Wor d’r niet kwaad om, maar het geeft me zo’n gevoel van afhankelijkheid, zo’n gevoel datje me met koffers en al op straat kan zetten als het jou blieft.’ Nee. Ik werd niet kwaad. Een grote triestigheid kwam over me, dat ze zo niets begreep, niets, niets, niets, van mijn verlangen, zo schrikkelijk vast zat aan kleine bedenkingen. Maar het zou wel komen. Ik had wil voor twee.

169

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.