Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



lijke dingen - spoelde je mond met wat wijn na... en dan kwam ze weer binnen met de kouwe kilheid van de gangen an d’r lijf, kroop weer in bed en zei: nou mot je het es langzaam doen dat ik er ook wat an heb - ofzoiets -en dan lei je stil naast er zonder verlangen, levenszat, vroeg hoe het met d’r zuster of d’r moeder ging - de verhalen van die stumpers! - en of de dokter nog altijd geregeld kwam voor de keuring - en dan kwam de gouvernante nijdig op de deur bonzen - of we nog niet klaar waren - dat er een heer beneden zat te wachten - of zo iets - en dan zei de kleine blonde: haast je dan wat! en dan ging het wéér, wond je je op, dacht an een meisje dat je jaren, jaren geleden eens ontmoet had, of an een meisje dat je gekend had toen je nog op het gymnasium ging... en dan kwam zij klaar en begon te huilen, te snikken - zulk vreemde gevallen van hysterie - en dan lagen we, lagen we als twee klompen vlees naast elkaar, met de ogen gesloten op het kussen... kwam de gouvernante nog es kloppen -dat ze d’r beboeten zou, dat de meneer benejen ongeduldig werd - en dan ging de kleine zich wassen, boven, op de Bazar, kleedde je je an, twee-, drie,- viermaal je mond spoelend - en dan gaf je er een riks fooi voor haar, die ze in d’r kous liet glijen en betaalde je de gouvernante vijf gulden voor de kamer en vijf gulden voor de wijn en dan nog een fooi voor haar... en dan schreeuwde ze an de trap... Es kommt jemand... en dan gingen alle deuren toe... en dan wég, de straat op... de frisse nachtlucht en een steegje inschieten naar de Kalverstraat en met vreemde smart opkijken naar de hemel... en lachen... en een borrel pakken in de Bar... en ingehurkt zitten achter je glas... en alles Mten... Zie je, zoen op die manier heb ik het een paar jaar volgehouen, met geld... Telkens het branderig erheen lopen en telkens de duffe, afschuwelijke terugslag - tot ik niet meer kón, tot m’n wil zo gegroeid was, dat ik niet meer wóu... tot ik in mijn melancholie zat als een kluizenaar. Dat zijn niet m’n gelukkigste, niet m’n slechtste jaren geweest... Nou weet je het... Later ben ik nog dikwijls naar zo’n bordeel gegaan of naar zo’n half bordeel, maar dan was het om toe te kijken, om m’n eigen melancholie te wrijven an de melancholie van de dingen... Dan kocht ik wel es een zes pond paling, ging die vrouwen trakteren... Dan hadden we geregelde soupers van paling, bier, en brood... ze vroegen me helemaal niet om mee naar boven te gaan... Een kwam er hier en leende boeken... Die was dol met Multa-tuli...’

‘Nóu komt ze toch niet meer?’ angstig-vroeg Georgine.

‘Nee... Ze is dood. De studentjes hebben d’r armen, d’r handen, d’r benen, d’r hersens, d’r zenuwen geprepareerd.’

‘Hé toe, hou op, hou op, Alf!’

167

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.