Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



komme was - ik kon niet meer bij hem klaarkomme - dan veegde ik me mond af, zo’n walg had ik van hem. Gotogot wa’s dat verschrikkelijk voor een vrouw om in bed te legge met een man waarvan ze niet houdt, zeg!... As de manne dat es konde voele... Een avond dacht ik dat ie me vermoorden zou - stop het dek es achter me rug. - As die het gedaan had, had ik respect voor hem gehad. Ook een onzin om zoiets te zeggen, hé? alsof je het zal navertellen! Hahaha! Toen bracht Barend me tot an de deur en was zo stom om me te zoene. Isaac had uit het raam gelege. Jesis wat had ie een gezicht toen ik boven kwam. Ik schrok ervan, de schrik sloeg me in me bene, zo wit as die was. Nou, dacht ik - wat ken je gauw denke, as je in de rats zit hè, net tienmaal zo gauw as anders, hé? -nou vermoordt ie me en da’s maar goed ook, want zo’n leven hou ik niet vol - <Me vrouw is een hoer geworde! Me vrouw is een hoer geworde!) schreeuwde die. Toen vloog ie me an naar me keel. Wat von ik dat héérlijk, héérlijk toen zijn nagels in me strot stonde. Niks bang was ik. Maar toen liet ie me weer los en zei - dat hoor ik hem nóg zegge: <Ik zal me handen niet an je vuil make. Ik verdom het om voor jou de kast in té gaan.> Zo was die nou. Van de eerste schrik kreeg ik een miskraam. Daar ben ik zes weke mooi mee geweest. Zedachtedatikdoodbloeide... Zeker had ie alles an z’n moeder verteld, want dat beest - ik heb je toch verteld dat ze me eens op straat tegenkwam en me in me gezicht spoeg-de, omdat d’r zoon met me getrouwd en ik niet van d’r geloof was - was niet van de kamer af te slaan in die dagen. Die hoopte dat ik krepere zou. En Isaac was zó goed voor me. As die nijdig was gebleve had ik nog van hem gehoue. Maar een goeie man, een poes-lieve man... o, het was zo’n aterling poes-lief te zijn, omdat ik het geld verdiende. De grootste ellende kwam nog. Toen ik beter was en uitging, naar de kamer van Barend, zei dié schooier dat het maar uit most weze, dat ie toch in de eerste zes maande niks bij me doen kon, omdat ie wat opgelope had bij een del. Daar maal ik niks om, zei ik - zo dol was ik toen op hem, zo weinig begreep ik van die dinge! dan zal ik wel wachte... Ik hou niet enkel van je omdat... Maar hij wou van me af zijn... Dat merkte ik wel. Dat zei die ook... Toen ben ik van hem weggelope... Da’s een harde tijd geweest, Alf. Een paar maal heb ik me wille verdrinke - an me kindere dacht ik helemaal niet - een verliefde vrouw is zo krankzinnig! - maar ik dorst niet. As ik bij het water stond> werd ik bang, god zo bang - eens wou ik op de rails gaan legge - maar ik dorst niet, ik dorst niet. Ik was bang om dood te gaan, dood te gaan. Een avond liep ik in de regen naar het huis waar Barend woonde, zag het licht in zijn kamer, zijn schaduw die telkens heen en weer ging. Zeker studeerde die een rol in. En dan kwam

162

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.