Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



deren kwamme. - Ik wou toen erg wijs zijn en zei: de mense doen net as de hondjes. - Zóveel wist ik toen, zég - op me woord van waarachtig. Ik was een mooi kind hoor, vraag dat maar an me moeder - net zullek dik haar as nou en veel blonder - verleje jaar heb ik het geverfd en dat zit nog in me haar - zie je wel an de puntjes ? Op me twaalfde jaar droeg ik al lange rokke en zagen ze me voor zestien an... Nou van de zake hoef ik je niks van te vertelle wat een schrik of dat was... Hoe oud was ik toen?... Dertien... Ja dertien... Ik an het huile van de schrik... Ik dacht niet anders of ik was ziek... Me moeder an het lache! Wat heeft me dat mens gelache! Da’s niks zei ze: dat heeft ellek jong meissie. - Nou maar wat is het dan, vroeg ik huilend. - Ach niks, de prins is jarig. - De prins is jarig? vroeg ik. - Ja, de prins is jarig, zo noeme ze dat in België as een vrouw de regels heeft. - Nou toen me vader thuiskwam, lag ik uit het raam en riep met zo’n blij gezicht: vader, de prins is jarig! - Wat heb ik toen op me gezicht gehad! ’s Avonds toen zei moeder tegen me: nou zal ik je nog es wat zeggen: als de prins bij een meissie jarig is geweest, dan mot ze erreg oppasse anders krijgt ze een kind. Als een man je nou aanraakt of ankijkt, krijg je een kind, hóór. - Dus je past op hóór en je laat je door geen man aanrake of aankijke. - Wil je gelove dat ik tot me vijftiende jaar wegliep van me stoel op het toneel - we zatte toen nog allemaal in een kringetje op stoele - as d’r een l&ng naar me keek - Dat geloof je nou niet, wel? Vraag het maar gerust an me moeder, dat ik niet lieg...’ cNee, ik gelóóf je wel, kind.’

‘In de Vic kreeg ik kennis an me man - ik zal sterreve as ik lieg: de eerste nacht heeft ie niks bij me gedaan... Begrijp jij zo iets?... Toen ik het an me moeder zei, wou ze het niet gelove... Het is ook niet om te gelove... God, god, wat was dat een koele... Eens in de veertien dagen dee die wat... en dan moest je hem nog anhale... Was dat nou een man om te trouwe?... Mot een man trouwe as die óp is ?... Je trouwt wel niet om de hele dag in bed te legge, maar een blok steen, da’s toch ook niet plezierig voor een jonge vrouw, wat?... En zo vies as die was in bed... Een heel bad nam die nooit... z’n voete gaf die eens in een winter een beurt... Lekker» hé ? En altijd spoege op de grond. Zó had ik de grond gedweild, zo lag d’r spoeg van hem... Maar die éérste nacht, die eerste nacht, toen ik lag te wachte en niks zegge dorst... en toen die slape ging omdat de wijn hem naar zijn kop gestegen was... en ik niet inslape kon, omdat ik het zo vreemd von, die zwetende man in me bed... Wat heb ik de volgende dag gehuild... Verbeel je: - dat schiet me nou te binne - ik zal geen gezond uur meer hebbe als ik lieg - dat vloeke heb ik van hém, zeg, ik zié wel dat je lacht... ik was zo nijdig op hem dat ik de trouwacte verscheurde om

160

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.