bleekmakend door de altijd bevende, stroeve gloeilijn, schijnt op de hoofden, op het verwarde vlaskopje van het kind. De vorken glimmeren op en neer, van het kind het vlugst. Het wekkertje op de schoorsteen naast de vriendelijke, gelukkig-lachende man, tikt gejaagd-snel. En ik breek een andere aardappel in de vetstolling, wrijf tot een nat brijtje komt, kauw, voel het schelle licht de randen om mijn ogen aftekenen, vind het wit van mijn bord te wit, het wit van het tafelkleed te fel, het schamplichten op de vork hinderlijk-‘Mamma, mag ik asjeblief nog een beetje saus V - En dan tref ik weer een zoete aardappel... vind dit eten van een griezelige natte-voetenachtige onlekkerheid.
‘Smaakt het je niet? Wat zitje te kieskauwen,5 zegt Georgine. ‘Kieskauwen ? Ik kieskauw helemaal niet.5
‘Nou als jij dat geen kieskauwen noemt, dan weet ik niet wat kieskauwen is.5
‘Ik vind het heel lekker. Ik hou wel van biefstuk en andijvie.5
‘Wat scheeltje?5
‘Niks.5
‘D5r scheelt je wél wat.5
‘Mag ik... mag ik?5... Ik kan het niet inhouden, móét de hap op de rand van mijn bord leggen - ‘neem me niet kwalijk - neem me isjeblief niet kwalijk - hé, wat was dat beroerd... Zó5n lange haar in de andijvie...5 ‘Hè-jessus, nou kan ik geen hap meer eten,5 zegt Georgine. cNou d5r zullen er wel geen dozijn in zijn,5 meen ik.
‘Dat vuile mens... dat vieze stuk schorremorrie... Laat ze d5r haar niet kammen in de keuken... Ik betaal er toch voor.5 ‘Nou één haar kan iedereen gebeuren.5
‘Gisteren lag er ook een in de sla... Me moeder zegt altijd: kom nooit met je haren bij de groenten. Die krijg je d5r nooit meer uit...5 ‘Nou maar ik vin het heus lekker, Georgine.5
‘Dat zeggie maar om mijn plezier te doen. Ik kook béter, hoor. Toen me man nog hier was, zei die wel es, dat ik zo goed kookte as een van zijn eigen geloof en de joden die koken nog beter dan de Duitsers.5 ‘Mamma...5
‘Wil je nog een paar warreme aardappelen, Alf?5
‘Nee dank je.5
‘Mamma...5
‘Neem je geen mosterd?5 ‘Mamma...5 ‘Waar staat ze?5 ‘Hier in het koppie.5
144