cToossie heb ik van de week een heel koud bad gegeven. Wat me dat kind spartelde... Ze dee maar niks anders dan moeder roepen. Toen lekkertjes afgedroogd en in bed. Me man seit dat het so goed is... Mot je volgende week nog ergens optrejen ?’
‘Da-weet ik nog niet.5
‘Nou, Georgine,’ zeg ik ineens opstaand, ‘ik merk wel dat je uit beleefdheid wacht tot we weggaan. Eet maar smakelijk. Ga u zover mee, juffrouw?’
Nóg aarzelt het mens.
‘Ja, da’s goed,’ zegt Georgine, ‘en ik ga wat op bed leggen. Ik heb hoofd-pijn.’
‘Ja. Erg.’
‘Nou, dan ga ik zover met meneer mee. Wat een jammer dat je broer zo wegblijft... Nou dag Kaatje... Kom maar es gauw spelen met Tosie... Dag Sorsien... Beterschap... Kom ie d’r es gauw oplope... Tosie vraagt zo dikwijls naar je.’
‘Dag Georgine. Dag Kaatje... Hier staat uw paraplu, juffrouw... Wees u voorzichtig voor de trap,’ zeg ik beleefd.
‘Mamma, gaat ome Alfred nou weg.’
‘Stil!’ sust Georgine.
Op straat loop ik héél beleefd tien huizen mee met het lieve mens, neem beleefd mijn hoed af, trek aan een bel en zeg: ‘Hier ben ik thuis. Dag juffrouw.’ Even probeert ze de naam op de deur te lezen, zegt dan zoetjes ‘Dag meneer’ en loopt door.
De deur wordt opengetrokken. Ik roep even naar boven of meneer Bol er woont. Nee roepen ze natuurlijk, die is hier onbekend en in een halve minuut ben ik weer bij Georgine. Woedend loopt ze in de kamer.
‘Dat beroerde wijf! Dat pestwijf! Zou je d’r niet anvliegen ? Nou kan ik geen stuk meer eten zo zenuwachtig als ze me heeft gemaakt. Die zat nou maar te wachten om te kijken of jij bleef eten. Dat misselijke wijf!’ ‘Waarom heb je er dan niet ronduit gezegd om op te hoepelen ?’
‘Dat kan ik niet. Je mot niet vergeten dat me andere kind bij d’r is.’ ‘Anders niet?’
‘Nee, natuurlijk anders niet! Zit niet aan de kaas te peuteren, Ka! - Wat een sar! Wat een Judas! Dat dee ze opzettelijk. Je mot er kennen. Nou is me hele maaltijd bedorven.’
‘Nou! Nou!’
‘Hoe ben je d’r kwijt geraakt ?’
Ik vertel en ze lacht.
‘Zie je, ik wou niet weten dat je hier bleef. Ze is in staat alles an me man
142