Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



‘Malloot!5 lacht ze.

‘Voor mamma heb u wél wat meegebracht!... Voor mijn niks!5

‘Kijk zo’n snuit eens snip kijken. Wil ik morgen ook wat moois voor je

kopen ?’

‘Dat doet u toch niet.’

‘Heus!5 ‘Wat dan!5

Weer doe ik het verhaal van het paradijs van chocolade, suiker en taart. ‘Ga juffrouw Bok es zegge, dat ze de tafel komt dekken, Ka!5 Ze huppelt weg en Georgine geeft me een zoen, haar éérste.

‘Da’s voor je ring.5 ‘Bevalt ie je?5

‘Ik heb altijd zo5n kettinkje willen hebben. Pas op...5 Juffrouw Bok begint te dekken. Op de ronde tafel legt ze een vuil tafellaken, met grote gaten, die ze handig bedekt met een bordje met kaas en een schaaltje met peren. Annetje en Pauline helpen haar, dragen de borden an. De vuile vingertjes van de kinderen liggen stevig om het wit der borden. - ‘Haal jij nou nog es de vorreke as een knappe meid,5 bedisselt juffrouw Bok. Pauline, een kind van zeven jaar, met een aangebakken, groene neus en waterige oogjes, lacht verlegen om de meneer die d5r aankijkt, holt op de kapotte kousjes naar achter. Annetje wordt uitgestuurd om twee centen mosterd in een kopje. ‘Hier binnen de vorreke, moe.5 -‘Goed zo, knappe meid. Nou mot je d5r nog een halen. D5r motten d5r drie wese.5 Paulientje legt de vorken, die ze bij de tanden in de zweet-knuistjes vasthoudt op tafel en holt weer weg. Terwijl komt Annetje met de brutale gitoogjes binnen, zet het kopje met mosterd neer, telt acht warme centen uit op een van de borden. ‘Nou mot je nog effen voor twee en een halleve cent azijn halen. Gauw nou wat... Wat een bij-de-hande kindere, vin u niet meneer?... O, ik hè d5r so5n plesier van,5 zegt juffrouw Bok, flets grutjesbleek, achter de lamp. Ze veegt de glazen nóg eens droog met haar voorschoot, ploft haar adem in het een, dat vettig blijft, droogt nog eens en nog eens... ‘Moe-oe!... D5r is geen vorrek meer.5

- ‘Domme meid.5 - ‘Nou d5r leit er geen meer. - ‘Wellis,5 zegt Kaatje, die van mijn knie springt. ‘Kom maar mee: ik weet het wel.5 - ‘Mot er bier wese ?5 vraagt juffrouw Bok. - ‘Drink jij bier, Alfred ?5 - ‘Ja, ik drink bier.5

- ‘Hoeveel flessies mot u hebbe?5 - ‘Geef d5r maar drie.5 - ‘Mot ik het op het boekie zette?5 - ‘Nee, hier is een kwartje.5 -Met kleine, flauwe oogjes in het grutjes-gezicht, kijkt juffrouw Bok in de stomende lamp: - ‘Die heb ik nou só goed schoongemaakt.5 Eerst probeert ze het hete glas beet te pakken, brandt zich met een pijnlijk, laf trekje op het smal gezicht: -

134

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.