Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



drink wor ik gek! - en de koffie in kleine koppies en de cognac in een kristal flesje en de rook van Druif z’n sigaar - die rookt sigaren van een kwartje, zeg! - die in zulleke leuke spiraaltjes naar de kaarsen gaat en de heerlijke stemming van al die rijke mensen en het gepraat en de eerbied van de kelners - jongens, zo’n fijn diner met wijn, met veel wijn is zo verrekt lekker! - als ik eran denk zou ik dadelijk wel willen! - waar wis ik ook weer - o ja - als ik Druif tegenkom, die me inviteert, dan denk ik an de kouwe rollende thuis - we doen een héle week met een kouwe rollende van drie pond - en ik ga met hem mee. Dan kan me niks bommen! En Jezis, jongens, als je een vijftig pop in je zak heb en swiet kan slaan! Da’s om bij te sterven zo lollig! Met een bankie van veertig in een winkel kommen - en af laten houen... En zo verdomd netjes als ze je uitlaten... En Guus die an je vraagt: hoe kom je an die ruche... of Betsy met d’r zure smoel as ik wéér nieuwe toneellaarzen heb... of Marie, nee, zeg, die barstte van nijd toen ik een rotonde had met bont gevoerd... God, da’s zo heerlijk, zo echt, zo plezierig! Daar begrijpen jullie niks van! Daar moet je vrouw voor zijn!... Maar als ik altijd hier was... bij jullie... zou ik je huishouden doen... Ik weet niet, het ziet er bij jullie zo gezellig uit, al staat er niks moois.’

‘Kom dan bij ons,5 zei Moos. ‘Wezouen een heel ander mens van je maken.’ ‘En me moeder? En me vier broertjes en zusjes?... Die leven van mijn centen... Ik zou dolgraag willen... Jullie bent niet zulke smeerlappen... Jullie praat heel anders, al pest jij me ook, kréng!’

‘Kom dikwijls hier,’ lachte ik.

‘Graag,’ zei ze opgewekt.

‘En ’s avonds zal ik je afhalen,’ zei Moos.

‘Geef me nou maar een zoen, dichter. Da’s nou mijn dichter, kréng!’

Ik lachte om de grappige verloving, om de twee kinderen op de klassieke sofa, vooral om Scherp, die er niet smakelijk uitzag met zijn baard van een dag of veertien.

‘Zul je me alles voorlezen, Moos ?’

‘Alles.’

‘Zul je me trouw zijn en niet naar andere vrouwen kijken ? Op je woord van eer?’

‘Op me woord van eer. En jij ?’

‘Op me woord van waarachtig.’

‘Mevrouw, mijnheer, gelukgewenst... Amo, Amas, Amat, Amamus, Amatis, Amant,’ lachte ik.

‘Daar meen jij niks van kreng! Jij heb altijd een hekel an me gehad.’

En ’t gesprek begon wéér over het toneel, over allemaal andere dingen.

130

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.