leugenaars heel, wie strijd en liefde vreemd zijn,’ eindigend met de liefelijke verwensing: ‘Stik in je vuil, o kunstenaars van de mesthoop!’ cIs dat van jou?’ vroeg Treesje gepikeerd. - ‘Ja,’ zei Scherp. - ‘Meen je dat heus ?’ - ‘Dat wil zeggen...’
‘Scherp, Scherp, wat val je me tegen met je geschipper!’ riep ik óók geprikkeld.
‘Zou je me eerst laten uitspreken ?’
‘Je weet drommels goed dat je Trees nét zo goed bedoeld heb als de anderen!’
‘Da’s niet waar.’
‘Da’s wél waar.’
‘In elk geval denk ik nou anders over haar.’
‘Nou - en ik niet. Bruis maar niet op! Als ik het haar vierkant in d’r gezicht zeg, doe ik het met opzet. Dan weet ze wat ze an ons heeft, aan jou en an mij - arme luizen, zonder diamanten ringen, maar mét eerlijk denken over de dingen. Nou lopen ze je achterna, Treesje, om je mooie gezicht. Over een jaar of tien ben je het kwijt, sta je op straat. Of je moest een rijke koopman vinden, die je wat langer mainteneert! D’r is een plaats open aan het toneel, Trees; het hele toneel ligt braak. Wat bliksem, heb jij dan geen kracht, als je het meent met je vak, om je los te maken van die drek ? Wat ?’
‘Ik zou wel willen,’ zei ze zachjes.
‘An Scherp heb je een goeie vriend.’
‘Ik heb wel meer wat beters gewild... Maar jullie weet niks... Als je pas van de Toneelschool komt... ben je zo blij als een directeur of een acteur vriendelijk voor je is... Ikwas smoor op je-weet-wel... Die heeft me laten zitten... heb ik gedacht nou kan me niks meer verdommen... En ik hou van weelde... Ik mót mooie dingen om me hebben... Als Guus wat heeft of een ander, steekt het me de ogen uit! Lach me maar uit, het is zo... Ik vin het zelf treurig... Soms krijg ik een gevoel van viesheid over me... Bij jullie is het net of ik een ander mens wor, al snauw jij me ook af, hatelijk kreng... Als ik altijd bij jullie was zou ik helemaal veranderen, geen mooie dingen nodig hebben... Maar als ik strakjes de deur uitga... Strakjes natuurlijk niet, da’s bij wijze van zeggen... morgen, overmorgen en ik kom Druif tegen, die me zegt ga je es mee dineren bij Van Laar of bij Riche... dan zie ik het tapijt, de koperen traproeien, het witte tafelkleed-op me woord, ik zie het - ik zie het precies met de blokjes erin, en het tafelzilver en de groene glazen en de witte glazen en de lusters met kaarsen en de rijnwijnflessen - zijn jullie ook zo dol met rijnwijn, jongens ? -en de champagnefles met de afgesnejen touwtjes - als ik champagne
129