pen...
Knarsend beet Van Schie op z’n pijp. Gister tweemaal, nou, wéér. ’t Liep de spuigaten uit.
‘...Ik vraag,5 zei hij bot-snauwend: ‘Ik vraag of ik 5n knoe-bel ben!5
‘Nee, jij ben natuurlijk géén knoebel,5 antwoordde de meester: ‘maar nou mot jij is vertellen wat 5n knoebel is...5
‘Mot ik dat vertellen? Mot ik dat vertellen!5 schreeuwde Van Schie: ‘mot ik me laten uitmaken voor knoebel?5 ‘Man,5 zei de meester, onlekker bij zoveel geluid in de stille morgen: ‘as je nou kalm en bedaard...5 Dat was niet de psychologische toon. Iemand die zwaar beschimpt is, iemand wiens kozijn ten derden male met krijt bevuild wordt, sust men niet op die wijze.
‘Gedorie!’ vloekte Van Schie: ‘as ze jóu uitmaken voor knoebel, ja voor knóébel! - dan sla je ze toch d’r hersens in! Mot ik me voor knoebel laten schelden! Jij ben 5n knoebel! ’n Gemene knoebel!...5
Gijsie, de vrouw van de bakker, die net 5r jongetje na school kwam brengen, wat vroeger, omdat ze na de stad most en Jansen, de barbier, die de burgemeester ging scheren, stonden stil. Was me dat 5n geweld in 5t doddelend straatje!
‘Man,5 zei de bovenmeester, dom en onvoorzichtig: ‘5t lijkt of je 5m om heb!5
‘Om! Om!5 raasde Van Schie, 5r Jansen en Gijsie in betrekkend: ‘Om - horen jullie wat-ie zeit. - Om - as je geen knoebel wil heten! Ben ik 5n knoebel?5 - Z5n stem sloeg schor, z’n hoofd beefde verwoed: ‘ben ik 5n knoebel!
Jij! Jij!’
Nog eens probeerde de meester ’t met kalmte.
‘As je nou eerst zeggen wil wat ’n knoebel is en wié knoebel gezeid het!’
’t Kringetje werd groter. Van ’t kruidenierswinkeltje knikte de deur en ’n vrouw, zwaar van heup, met haastig op
i83