teloos, meelij-wekkend is, vooral als ’r kostelijke kinderen mee gemoeid zijn. Mag ik jullie ’n voorbeeld vertellen?../ ‘We dachten dat je al klaar was/ spotten wij: ‘je inleiding is zo lang-ademig../
Hans glimlachte: ‘5k Had m’n inleiding driemaal langer willen maken/ zei hij: ‘want de meeste mensen-met-ka-rakter horen die dingen te weinig, bedot als ze worden door hun omgeving../
‘Ter zake!5 riepen wij ongeduldig.
‘Goed, Goed/ suste Hans: ‘’k Val met de deur in huis. Mijn vader en mijn oom waren zo twee mannen van-ka-rakter, twee die meenden dat de aarde 5n schommeling minder zou maken, als ze ’n streepje toegaven, twee moderne peuterigheden-vreters — ’t begrip ijzervreter is ver-eeuwd. Oom was uitelijk ’n geweldenaar, driftig, gauw klaar met Jn onvertogen woord.
Vader was ui ter lijk kalm — een die z’n drift opvrat, bleek werd, maar zich zelden versprak. Als ze van mening verschilden en vader in de contramine bleef, was de finale meestal zó, dat oom bloedrood werd, met z’n vuist de tafel bewerkte en vader, bleek, met ’n bitser wordende neus, begon te zwijgen. Ik, als jongen was banger voor vader’s bleekheid en zwijgen dan voor oom’s bol geweld.
Want oom’s drift stoof als ’n zeepbel. Even onstuimig als-ie ’t dispuut uitlokte, even goedig stak-ie z’n hand uit, om ’r ’n end an te maken.
Vader kon dat niet. Die wrokte na. Die most eerst de boel van binnen laten afkoelen. Die had ’n ander sóórt drift dan oom, ’n gevaarlijker, schijnbaar makkelijk te bedwingen opvliegendheid.
Oom Jan bleef evenwel de driftkop van de familie - vader de verstandige, die kwestie wist te voorkomen.
Oom Jan, die op gemeubileerde kamers woonde, verhuisde om de drie maanden. Overal kreeg-ie mot, mot met de huisjuffrouwen, mot met de buren op andere kamers. En om de haverklap in twistgesprekken, als-ie iets stevigs be
179