Honderd tegen één dat ze ’m verrasten, dat 5r 5n hoop in stilte gedaan werd...
‘In de puntjes, hoor,5 zei ze toen-ie kwam ontbijten. Je zou waarachtig niet denken, dat-ie zeven en zestig was, zó keurig zag-ie d’r uit in z’n Zondagse geklede jas.
‘Zou je je jas niet ópen houen,5 zei ze nog eens: ‘dan zien ze de ketting.5
‘Nee,5 lachte hij, verlegen voor de spiegel. Je herkende je zelf haast niet in de week.
Ze ontbeten. Ze aten net als zij 5t bedisseld had, 5t feest — ontbijt van eieren, rookvlees, kaas, krentebollen.
En kwart voor negen stapte-die de deur uit met de belegde, de éxtra-belegde boterhammetjes in 5n ouwe Standaard - anders las-ie niet.
Vijftig jaar was-die zo 5t weggetje gegaan, langs de Wees-perzij, over de Hogesluis, door de Utrechtse straat...
D’r was heel wat bijgebouwd in die tijd ~ o jee, 5t was nog zo lang niet geleden, dat de Weesperzij 5n buitenwijk was, dat daar de stapels buizen van de gasfabriek leien... Maar bijgebouwd of niét bijgebouwd - hij was z’n wegje gewandeld, élke dag mét 5t boterhammenzakje - vroeger met dikke boterhammen, toen-ie al om tién uur 5s morgens geeuwhonger had en stiekem hapte als-ie de brieven in de loketkast opborg. En komiek, om bij te lachen as je 5r over nadacht, as je om al die kleinigheidjes dacht: vijf-tig jaar had-ie 5n kop warme koffie van de firma gekregen, Jee, jee, as-die liep uit te rekenen — zes koppen in de week — was drie honderd twaalf in 5t jaar -dat was in de vijftig jaar vijftien duizend zes honderd koppen koffie - knap dat-ie 5t nog zonder haperen uit z5n hoofd kon vermenigvuldigen. Zo kon je over alles nadenken. 5t Was 5n wonder, dat God 5m al die tijd gezondheid had gelaten. Nee, niet één dag was-ie thuis gebleven, behalve voor de begrafenis van z5n vrouw - en waar is waar: tóen was de ouwe patroon zó hartelijk geweest, dat 5m de tranen in z5n ogen sprongen toen-ie condoleerde.
155