Liever had-ie Trees of Suus of Truusje over de rand gesleept, maar nou Mien pertinent zei dat walvissen niet vraten, vond-ie ’r pleizier in zó geweldig walvisachtig te brullen, dat Trees en Suus sip keken en kaptein Mientje koud werd. 5n Keel as die jongen opzette!
5t Leek of je óveral in 5t aandoezlend donker griezelige dingen zag.
‘Niet soo akelig schreeuwe,5 riep Mien: ‘dat doet ’n walvis niet - je mot énkel me hengel beetpakke...’
Maar op 5t zelfde moment werd ze kil van schrik, gilden Truus, Kris, Trees en Suus dooreen.
Achter de rechtse steenhoop bewoog iets en klaagloeiend geluid, alsof iemand om hulp riep, klonk zó dichtbij, zó gemeen-hard, dat Dirk 5t niet gedaan kon hebben.
‘Moe!... Moedér!’ krijste Trees.
‘Wat benne jullie 5n lummels,5 lachte Dirk, maar 5n lach die zó hol klonk, dat-ie midden-in stokte: ‘5t Is 5n koe! Ga je vort! Ruk je uit, dooie diender!...5 Het dreunend gedraaf van 5t dier getroffen door 5n steen, klonk na.
‘Is dat schrikke!5 zei Mien: ‘5k dacht dat 5t de duvel was...’ ‘De duvel bestaat niet? zei Dirk stevig: ‘nou, zal 5k de hengel pakke?...5
Ze hadden er geen trek in. De walvis maakte te veel spektakel.
‘Stap weer in/ zei Mien: ‘dan gane we na Amerika...5 Dirk zat an 5t roer, wrikte de stok, riep: ‘Sisch! Susch! Sisch! Susch!5 De pret was 5r af.
Mien praatte hard en Dirk praatte hard en Truus zei es wat hard.
Geen van de zes dorst te fluisteren.
Naar de zij van de weilanden was 5t zonviolet tot purper gestreep in indigo-blauw vervloeid.
Vinnig-zwart, massaal dreigend, stonden de hopen der opgestapelde tegels, hoop naast hoop, en de kalkbakken
104